busindex.gif (49051 bytes)

terug naar 21- 25                          26 t/m 30 

26. In geuren en Kleuren 28. 30.
27. 29.
26.

sept 04

 

In Geuren en Kleuren

 

Zintuigen hebben een belangrijke functie voor het goed uitvoeren van ons beroep als buschauffeur. De ogen zijn daarbij natuurlijk een van de belangrijkste, maar soms wordt er ook een aanslag gedaan op andere zintuigen, zoals de neus.
Het is alweer ruim een jaar geleden dat er een man de bus instapte die een geur bij zich droeg die bijna ondraaglijk was. Tot overmaat van ramp ging hij ook nog op de ‘praatstoel’ zitten, waardoor de wolk van afschuw mij bij het rijden sterk hinderde. Het zijraampje open zetten hielp niet en ik durfde de man niet te vragen om naar achteren te gaan. Het leek erop dat hij zich maanden niet gewassen had en ik begon mij af te vragen wat de oorzaak hiervan was. Maar zoals mij de laatste tijd zo dikwijls gebeurde, kwam het antwoord vanzelf.
Hij drukte op de stopknop, hetgeen bij mij een zucht van verlichting teweeg bracht.
“Hè, hè ik ben bijna thuis”, sprak de man terwijl hij enigszins moeizaam omhoog kwam, “en dan gauw onder de douche!”
Ik kon de woorden “het zal tijd worden” net inslikken en zei in plaats daarvan: “Hoezo?”
Daar kwam het antwoord: “Ik heb de vierdaagse van Nijmegen gelopen en ben nu wel toe aan een verfrissing.”
Dat was het dus en met overtuiging zei ik: “Een schone avond dan nog.”
 
Ik moest aan dit voorval denken toen het deze zomer zo ontzettend heet was en ik een andere ‘geur’ in de bus kreeg.
De druppels zweet liepen over mijn gezicht mijn nek in en de lucht die ik ademde was zwaar van de warmte. Het open raam werkte meer als verwarming dan dat het koelte bracht. Ik hield mezelf gemotiveerd door te denken dat als ik niets zou doen het ook warm zou zijn en werken dus wel als welkome afleiding gezien kon worden.
Toen stapte ze binnen. Een vrouw van rond de 40. Een walm van parfum begeleidde haar en ook zij ging op de ‘praatstoel’ zitten.
Ik voelde me onwel worden, het kokhalzen kon ik nog net onderdrukken, maar de draaierigheid in mijn maagstreek bleef. Ik realiseerde me dat er iets moest gebeuren. Twee mogelijkheden kwamen aan mij voorbij. De bus aan de kant zetten en eruit stappen, maar ik was al laat en ik koos dus voor de tweede, wat minder elegante, oplossing: “Mevrouw, zou u zo vriendelijk willen zijn om wat meer naar achteren te gaan zitten?”
“Waarom?’ Het was een antwoord dat ik min of meer verwacht had en ik zei naar eer en geweten dat haar parfum mij enorme last gaf en dat dit voor de veiligheid van het rijden hinderlijk was. “Sorry, ik kan er niet tegen!”
Ze zei niets meer, maar ging wel naar achteren.
Ik kon weer ‘gezonde’ lucht inademen en vond het dit keer niet erg om niet aardig gevonden te worden. Ik had ongelukken voorkomen. In een flits zag ik een krantenkop:
 
busongeluk door parfum.
 
Minder gevaarlijk zijn ander ‘strelingen’ voor de neus, zoals aftershave, knoflook, deodorants en niet te vergeten alcoholische dranken. Het meest geïrriteerd raak ik echter als een roker instapt, want de échte roker neemt eerst een flinke haal  van zijn sigaret, gooit deze achteloos weg en blaast de nicotine uit terwijl hij de bus instapt. Arme neus!
 
Gelukkig kan ik mijn energie weer oppoetsen als ik bijvoorbeeld over de Utrechtse heuvelrug door de bossen rijd en dan die heerlijke bosgeur naar binnen laat. Heerlijk, vooral zo ’s morgens vroeg als de zon zijn lichtstralen als schijnwerper door de bomen strooit.

Naar boven