busindex.gif (49051 bytes)

         terug naar 16 t/m 20                 21 t/m 25              naar 26 t/m 30                                  

21 verhalen uit andere tijden 23 Kerstcadeautjes 25 Van wens naar werkelijkheid
22. Samen sterk 24 Zondagmorgengedachten

 

21

 

juli 2002

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven    

 

Verhalen uit andere tijden

De halte die in zicht was, had een merkwaardige aanblik: er stond een rollator op de rijweg.
Zodra de ik de bus afremde om het hulpmiddel niet te raken kwam er, zoals te verwachten viel, een oud dametje uit het bushokje. Ze had een bruin leren koffertje bij zich en ik besefte dat er extra werk voor me te doen was.
Ik stapte achter het stuur vandaan en hees de rollator en de dame met koffer in de bus. 
“Naar het station?”, had ik nog gevraagd en ze had geknikt, dus toen ik weer achter het stuur zat en de strippenkaart van haar aangereikt kreeg, vroeg ik voor de zekerheid: ”Station Driebergen?”, want daar was ik één halte van verwijderd. “Nee”, zei ze met een stem die verraadde dat ze van goede afkomst was, “Ik ga naar Utrecht en dan door naar, eh, ik ben even kwijt waar ik naar toe ga.”
O, een inschattingsfout van mijn kant, want ik had het karretje tussen mij en de instapdeur geplaatst en dat kon zo niet blijven tot Utrecht, dus bus weer op de handrem en de rollator buitenom, hij paste niet door het gangpad, naar achteren slepen.
De dame zat al gauw op haar praatstoel en vertelde dat ze nu toch maar met die benen op wielen liep. Ze was al twee keer gevallen met de nodige breuken als gevolg en hoewel het haar gevoel van eigenwaarde aantaste, had ze gekozen om het voertuigje toch maar te gebruiken. Ze was al 96 en de dokter had gezegd dat het een volgend keer niet meer te repareren was, haar heup dus.
Toen we door Zeist reden kreeg ik beelden van haar aangereikt die uit een andere tijd stamden, zoals van die plaatjes van Ot en Sien.
“Zie je dat Shell-station daar, nou daarachter was een lagere school en daar heb ik mijn eerste wijsheden opgedaan”, vertelde ze. Even verder was het kerkhof achter een kerk, nu in een grote bank veranderd waar haar opa lag begraven.”
Bij de Berenkuil vertelde ze dat ze daar  als meisje in de oorlog niet voorbij durfde te lopen, want uit de schuur, die er nog staat, kwam afgrijselijk geschreeuw, de moffen hielden er mensen gevangen en martelden deze. Ze had nog steeds een hekel aan onze oosterburen.
Ja, ze had van alles meegemaakt, twee wereldoorlogen, de komst van de elektriciteit, de eerste auto’s.
Ik vroeg haar of ze zelf auto had gereden en toen vertelde ze lachend dat de burgemeester het rijbewijs persoonlijk was komen brengen en dat terwijl ze nog nooit een stuur in haar handen had gehad. Gekscherend vroeg ik: “En niet eens een pakje boter gekocht?”
In Utrecht reden we na de Biltstraat langs een gebouw waar met grote letters Stevens Foundation op stond en de dame  begon te lachen: “Nog één gek verhaal”, zei ze, “dat gebouw was vroeger een bejaardentehuis en er stond een groot hek omheen. Mijn vader had als jongen een fiets, zo een met een hoog wiel waar je op moest klimmen. Erop klimmen dat lukte nog wel, maar toen hij eenmaal reed kon hij niet meer stoppen en om toch van die fiets af te komen greep hij zich aan het hek vast en liet de fiets onder hem uit rijden.” Ze lachte zelf het hardst om de herinnering, plezier in het leven had ze nog wel.
Ik had best nog wat verder met haar willen babbelen, maar het eindpunt kwam in zicht en bijna bij het station vroeg ik haar: “Hoelang gaat U logeren?”
“Welnee, ik blijf daar niet, ik kom vanavond weer terug.”
“En die koffer dan?”
“O, die is vanavond weer leeg, hoor! O, ja ik weet al weer waar ik naar toe moet: Haastrecht.”
In Utrecht zette ik koffer en rollator weer buiten en toen ik haar een handje hielp om uit de bus te komen zei ze:
“Als je een goede vent tegenkomt, vasthouden hoor!”
 
Nou Piet…………

Juli 2002

Het is te hopen dat ze niet een chauffeur treft die een volgend verhaal over dezelfde situatie zou schrijven:
 
Bij de halte stond een rollator. “Ook dat nog” dacht hij*, “zal er wel weer zo’n oud lijk instappen en wedden dat ze zelf dat ding niet in de bus kan krijgen.”
Toen er een oud dametje uit het hokje stapte met een koffertje in haar hand kon je de chauffeur horen vloeken: “Verdomme, dat heb ik weer hoor, kan ik ook nog voor sjouwer spelen.”
Uiterlijk toch beleeft overkomend, stapte hij uit en hielp het vrouwtje de bus in. “Naar het station?” vroeg hij. Ze knikte. Hij zette het karretje naast de betaaltafel en kroop weer achter het stuur.
“Heeft u een strippenkaart?” vroeg hij, ze denkt toch niet dat ze gratis mee kan al is het maar één halte. “Station Utrecht!” zei ze met een stem waarin de hete aardappel nog te herkennen was.
“Utrecht, had dat dan meteen gezegd”.
Verdorie, dan kan die wandelstok op wielen hier niet blijven staan, die moet naar achteren. Nou doe ik zo wel, eerst maar rijden.
“In Utrecht moet ik op een andere bus overstappen,” zei ze en er viel een stilte tot ze zachtjes zei:”Ik ben alleen vergeten waar ik heen ga, dat heb ik nou de laatste tijd hè, ik vergeet dingen, ik ben al 96.”
Nee toch, ze is nog dement ook, kan ik dadelijk het gehele busstation met haar af.
Verder kwam het niet tot een gesprek en toen ze bijna bij het station kwam zei ze: “Ik weet het weer, ik moet naar Haastrecht en ik weet waar de bus staat, hoor.”
“Dat scheelt”, dacht de chauffeur en rekende dat het wel meeviel om haar even te helpen, er bleef nog genoeg tijd over voor een bakkie.
“Bedankt chauffeur, voor uw hulp.”
 
 
* hij kan ook zij zijn, hoor!.

 

                                                 naar de andere verhalen

22

 

september 2002

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven    

 Samen sterk.
 
Moeder staat al in de deuropening.
“Kom je nou nog?” vraagt ze dwingend. Na even wachten verschijnt er een jongen van een jaar of 8 achter haar en beiden stappen in. Het joch heeft een soort ratelding bij zich en buiten dat dit een irritant geluid voorbrengt, schittert het ook in fluoricerende kleuren.
Helaas, ze gaan op de praatbank zitten en het geluid ratelt in mijn oren, terwijl ik in mijn ooghoeken de discokleuren waarneem.
“Ik kan makkelijk een auto rijden,” zegt hij, “gewoon gas geven en sturen!”
Hij richt zich niet direct tot mij, maar het zal , via omtrekkende bewegingen, wel voor mij bedoeld zijn. Ik reageer niet en hij gaat verder:
“Ik wil geen bus rijden.”
“Hoezo?” vraagt moeder zijdelings, want onderwijl is zij met allerlei papieren bezig.
“Hoef je niet te schakelen.”
Blijkbaar heeft hij een en ander snel waargenomen, want zijn conclusie is juist, alle lijndienstbussen hebben een automatische versnelling.
Ondertussen ratelt hij door met dat, voor mij, nutteloze voorwerp. Irritatie begint bij mij een aardig niveau te bereiken.
Dit is zo’n kind dat in vroegere tijden gewoon ‘lastig’ werd genoemd en waarop in de loop der tijd allerlei dure etiketjes zijn geplakt, zoals M.B.D*, wat zo veel betekent als een klein defectje in de hersenen (ik geloof niet dat ze ooit hebben gevonden waar dat kapotte stukje zich bevond) en later werd er nog een moeilijker term aan verbonden: A.D.H.D*
Als reactie op al die benamingen noem ik zo’n kind wel eens gekscherend een E.B’tje, hetgeen gewoon EtterBakkie betekent.
Het kind ratelt gewoon door, zowel met zijn mond als met die discodraaier.
Moeder luistert nauwelijks. Ze is bezig met, zoals later blijkt, paperassen voor het ziekenhuis, want daar zijn ze naar op weg. Zij ergert zich blijkbaar ook.
“Houd je op school wel eens je mond?’ vraagt ze.
“Nee”, zegt hij met een provocerende en uitdagende stem.
“Nou, je juf zal ook wel blij zijn als je eens 10 minuten je mond dicht hield.”
“Toch wil ik geen bus rijden!” Hij richt zich nu wat duidelijker tot mij en zijn ratel houdt hij even stil, mogelijk als teken dat ik wat kan zeggen.
Ik reageer:
”Je kunt een vrachtwagen proberen, daar moet je wel schakelen.” Ik probeer ingang te vinden bijeen mogelijk interessegebied van hem, maar eigenlijk weet ik dat dit niet zal lukken. Deze kinderen reageren niet op de inhoud, ze zijn uit op het spel van invloed en macht. In feite hunkeren ze alleen maar naar begrip en acceptatie, maar botsen tegen onvermogen op en ratelen een slag in de rondte. Bij hem is dat wel duidelijk.
“Houd nou eens op!” Zijn moeder is blijkbaar ook over de grens van het toelaatbare getrokken. “Anders zet ik je de bus uit!”
Dit maakt uiteraard geen indruk op het kind, want hij heeft ondertussen wel geleerd dat dit soort dreigementen nooit wordt waar gemaakt en hij gaat gewoon door.
Ik raak nu ook tegen de drempel van mijn eigen grenzen en voel de irritatie groeien. Ik zou kunnen vragen of ze achter in de bus gaan zitten om mij niet te storen, maar plotseling krijg ik een ander idee.
Er is een parkeerstrook en ik zet de bus aan de kant, doe de deur open en met een vriendelijke, doch overtuigende houding kom ik achter het stuur vandaan en zeg:
“Zal ik u een handje helpen, hij kan hier wel uitstappen hoor.” Mijn ogen met een niet mis te verstane blik op de jongen gericht.
Hij schrikt, kruipt tegen zijn moeder aan, ook zij is uit haar doen en slaat de arm beschermend om haar zoon.
“Niet?” vraag ik. “Ook goed.” En ik ga weer achter het stuur zitten, doe de deur dicht en rijd verder.
Het is stil.
Later hoor ik het joch fluisteren: “Die mevrouw is wel streng hè.”
In mijn ooghoeken zie ik moeder knikken en ik realiseer me dat door mijn actie het joch nu heeft wat hij echt nodig heeft: een ‘één-zijn’ met zijn moeder, samen tegenover die strenge mevrouw.
 
 
*M.B.D= Minimal Brain Damage
 
*A.D.H.D= Attention Deficit Hyperactivity Disorder
Zie voor meer informatie:  www.adhd-kinderen.nl

 

                                                         naar de andere verhalen

23

december

2002

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven  

Kerstcadeautjes
 
Even een paar dagen er tussen uit. De keus valt op Ierland om een beetje kerst te ervaren. Londen staat er om bekend, maar Dublin is zeker zo leuk.
Als ik geestdriftig op het internet allerlei sites over mijn geliefde Eire aan het doorzoeken ben, om vast in de stemming te komen, valt mijn oog op een toneelstuk dat gerust tot mijn persoonlijke top 10 gerekend mag worden: ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens. Rond Kerst kijk ik altijd alle programma’s door om te zien of het ergens vertoond wordt, mogelijk in een versie die ik nog niet gezien heb. En nu zou ik de kans krijgen om het in de oorspronkelijke taal life op het toneel te kunnen zien.
Het wordt gespeeld op de eerste dag dat wij aankomen, in Dublin, The Gate Theatre en aangezien we ’s morgens al vliegen moet dat haalbaar zijn. Ik gooi er een mail tegenaan en het verbaast mij niets dat ik een vriendelijk mailtje terug krijg. Zo zijn de Ieren, altijd word je als bezoeker (visitor) gezien die gastvrijheid kan genieten en niet als een toerist die vreemd of lastig is.  Op aanraden van de schrijfster van deze snelle overzeese virtuele boodschap bel ik het boekingskantoor en ja, er zijn nog een paar kaartjes. Het lukt.
We belanden in een bomvol, niet te groot theater en zoals het de Ieren betaamt wordt er fantastisch geacteerd. Ik geniet en tranen schieten in mijn ogen als Tiny Tim iedereen een fijn kerstfeest toewenst. Dit is voor mij Kerst, geraakt worden en even helemaal opgaan in dat gevoel. Een cadeautje dat geen geld kost. Daar kan geen kerstdiner tegenop.
 
Het is half december en terug in Nederland ga ik met een uitgerust gevoel de bus weer op en ook hier is de Kersttijd nu toegeslagen, niet alleen met lichtjes overal, maar ook de koude en gladheid is ingetreden. Een niet zo’n leuk fenomeen in deze tijd en een krantenknipseltje aan het prikbord in het chauffeursverblijf vertelt me dat die kou al een paar dagen aan de gang is.
Een zwerver, die in Rhenen regelmatig in een bushokje bivakkeert,is aangetroffen met ijspegels aan zijn neus en om hem te ‘helpen’ heeft de gemeente een ‘in bewaringstelling’ afgegeven en is de man opgenomen in een psychiatrisch centrum. Ik ben op zijn minst verbaasd, want de man blijkt zijn zwerversbestaan niet te willen opgeven; dat is gebleken bij eerdere pogingen om hem een meer, naar onze normen, aangepast leven te willen geven.
De kop in de krant: Zwerver uit de kou gehaald.
 
Een paar dagen later rijd ik als lijn 86 in de richting van station Ede-Wageningen en onderweg word mij door een collega een boodschap gegeven via de mobilofoon dat er een paar mannen  bij een van de volgende haltes staan die mogelijk uit zijn op rottigheid. Ik ben niet gauw bang en rijd gewoon door, mij wel even vergewissen van wat ik kan doen als er stront aan de knikker is. Er zitten weinig passagiers in de bus, dus daar kan ik niet echt op vertrouwen.
Nou, ik zie wel, vertrouwend op goede ingevingen.
Bij de bewuste halte aangekomen blijkt er niemand te staan. Toch wel opgelucht  rijd ik door en als ik bij de volgend halte een paar gewone passagiers binnen laat, zie ik een bus aan mij voorbij gaan en ik ben verbaasd, want het is lijn 50 en die rijdt normaal niet op die weg, nog verbaasder ben ik als ik hem zie afslaan bij de volgende zijstraat. En ineens weet ik…. Een collega heeft ook het bericht gehoord en is mij achterna gereden om te zien of hij wat kon doen. Ik ben weer ontroerd, want de beschermengelen zitten dus gewoon achter het stuur van een bus en blijken collega’s te zijn. Weer een onverwacht kerstcadeautje, bedankt!
        
         Ik moet weer denken aan die zwerver en vraag mij af of we niet wat creatiever kunnen zijn dan een ‘in bewaring stelling” en meer in zijn idee van hoe hij wil  leven kunnen handelen. Onze bussen rijden toch en ze zijn altijd warmer dan zo’n bushokje. Een vrij vervoer voor de komende wintermaanden zou hem in ieder geval de keus geven om zo af en toe eens lekker warm te worden op een ritje naar Utrecht heen en weer. En misschien kan er hier en daar een kopje erwtensoep of een oliebol af. Misschien is er zelfs wel een logeerkamer met een bed voor een al te koude nacht.
Kunnen wij, chauffeurs van Rhenen hem niet adopteren voor een paar maanden. Of, beter nog, Connexxion. Een kans voor het openbaar vervoer om ook eens met een positief bericht in de krant te komen
Ik zie de kop al voor me: Connexxion haalt zwerver uit de kou.
Zou dat niet een mooi kerstcadeautje zijn?
 
 Fijne Kerst gewenst met veel cadeautjes die geen geld kosten.

De goede weg voor 2003, kijk nog even met het rotonde-orakel wat 2003 voor je in petto heeft.

Op zoek naar een fantastische, rustige plek in Ierland: klik hier

 

april 2003

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven

Zondagmorgengedachten
 
Ik zit achter het stuur op het moment waarin mijn leven zich bevindt en zo rijdend door dorpen en steden verschijnt mij een beeld zoals de maatschappij en de wereld zich ontvouwt in deze tijd die zeer chaotisch is door oorlog, vreemde virussen en moordenaars. Het is maart 2003.
Het is stil in de bus, die zondagmorgen, en mijn blik ontmoet het leven op straat. Wat is het toch fascinerend hoe verschillend al die mensen zijn die ik langs zie komen en zoals zo vaak laat ik mijn gedachten de vrije loop.
 
Op de Utrechtse Heuvelrug zijn er de dorpjes waar de kerk een centrale plaats inneemt op de wekelijkse rustdag. De mensen die in groepjes over straat wandelen lijken uit een andere wereld te komen. De lange rokken, de donkere jassen en de hoedjes, ze omhullen de mens en laten buitenstaanders zien dat zij zich onderscheiden van de rest. Ze komen uit de kerk en zelfs de kinderen lijken volwassenen in de dop en lopen in eenzelfde tred. Ik krijg associaties met “the Amish”, een geloofsgroep in Pennsylvania, een fenomeen dat mij altijd geboeid heeft, juist omdat zij hun leefwijze hebben stilgezet en zo zijn blijven steken in een soort middeleeuwen. Hoe kan het in deze dynamische tijd?
Andere groepen die ik op straat zie, maken gebruik van het uitzonderlijk mooie weer in deze lentemaand maart en zijn uitgerust met truien, rugzakjes en wandelschoenen. Ze hebben er zo te zien duidelijk zin in.
Onwillekeurig gaat door mij heen dat de richting van deze mensen bepaald is en dat zij zich niet moeten vergissen. Gaan de wandelaars de kerk in dan vallen ze uit de toon en zouden de kerkgangers het bos in wandelen dan zullen ze ook verbaasde blikken tegenkomen. Nee ieder zijn eigen plek en gang, geen verwarring.
Ik denk geen oordeel te hebben, iedereen lijkt tevreden in de gekozen outfit en de daarbij horende richting. Het kan bestaan, hier, naast elkaar, zonder strijd. Maar dat wat tussen mijn oren zit, vertaalt toch de beelden en ik merk dat ik me beter zou voelen bij de wandelaars dan bij de kerkgangers, zij staan te ver van mijn, door opvoeding en ervaring aangeleerde, realiteit.
Als die mensen maar in de omgeving blijven die bij hun gekozen uiterlijk hoort en respect hebben voor de anderen, dan is er niets aan de hand. Niemand lijkt zich hier te vergissen. Als de kerkganger zich omkleedt om te gaan wandelen past hij met die kleren weer feilloos in het bos en kan niemand aan hem zien dat hij vanmorgen in kerk zat.
Wonderlijk, zo gaan mijn gedachten verder, het ene deel van de wereld kan zelf kiezen hoe hij zich kleedt en gedraagt, terwijl er in een ander deel van de wereld lange, bedekkende kleden in schril contrast staan tot de gevechtspakken van de militairen die strijden voor bevrijding van een volk dat daar niet om gevraagd heeft. De beelden van de oorlog in Irak verschijnen tussen mijn oren. En dat alles om het leven van één man.  Wat is het leven van één mens?
Plotseling zie ik die andere beelden van het medium dat ons de wereld laat zien, de televisiebeelden van het proces van de man die ook een mens heeft vermoord. Een  bizarre vermenging van de feiten gaat door me heen:
Als Volkert van de G. in die andere wereld de trekker had overgehaald en Saddam Hoessein had neergeschoten was hij een held geweest.
Wat is het leven van één mens?
En waar zit wat tussen je oren?
Ik rijd verder en heb behoefte aan een bak koffie.
december 2003

voor wie weten wil wie de Rhenese collega is, klik hier.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven

 

 Van wens naar werkelijkheid

De zaterdag voor kerst, ik ben wat aan de vroege kant in de garage en raak aan de praat met, zoals later bleek, een voormalige collega. Ik ken hem niet en hij blijkt al een aantal jaren weg te zijn bij Connexxion. Als hij het verhaal vertelt dat bij zijn vertrek hoort zit ik geboeid te luisteren. Hij had het verschrikkelijk slecht naar zijn zin en alle collega’s voelden dat feilloos aan en bleven ver bij hem uit de buurt.
”Ik zat alleen aan dat tafeltje”, en hij wijst naar de tafel naast de onze. “Ik had een zwarte wolk om mij heen en was niet benaderbaar. Ik at ook veel knoflook, dat vond ik lekker, maar het hield ook de mensen op afstand. Het was zelfs zo erg dat de jongens gingen kijken welke dienst ik had, om mij maar niet tegen te hoeven komen onderweg.”
Ik kijk naar de man tegenover mij en verbaas me, want ik zie een vriendelijke en sympathieke uitstraling. Er is dus duidelijk iets gebeurd.
“En, wat heb je gedaan?” Ik wil dit soort keerpunten in levens altijd graag aanhoren, het boeit me zoals levens zich ontrollen.
“Ik heb mijn jeugddroom verwezenlijkt!” Hij straalt van oor tot oor als hij dit vertelt, “ik ben de binnenvaart opgegaan, dat wat ik altijd al gewild had heb ik gewoon gedaan.”
“Nou dat is niet verkeerd geweest als ik zo naar je kijk.” We praten nog wat door maar als ik op de klok kijk, schrik ik. “O, jee ik moet gaan rijden, ik ga. Leuk je ontmoet te hebben.”
Er is een nieuw dienstenpakket en ik moet in Ede de compleet veranderde stadsdienst gaan rijden, dus geen automatische piloot vandaag, nee opletten geblazen. Als een soort lemniscaat slingert de bus door Ede, wisselend met lijn 2, 3 of 4. Ik heb routebeschrijvingen in de aanslag, alsmede de veranderde zones, maar er komt onverwacht hulp. Bij de eerste rit door Veldhuizen stapt er een jongeman in en hij begint allerlei dingen over de bus te vertellen: de nieuwe routes en wat andere chauffeurs voor trucjes hebben, enfin ik word helemaal bijgepraat en hij begeleidt me in bochten, tijden en haltes.
Daan, zo heet hij, is gek van bussen en in zijn vrije tijd is hij in Arnhem in de garage te vinden om allerlei klussen te doen. Hij vertelt er enthousiast over en op de vraag wat hij later wil gaan doen is het antwoord duidelijk: buschauffeur natuurlijk!  Zoals hij straalt bij het idee eens zelf deze routes te mogen rijden en zijn jeugddroom waar te maken, doet mij denken aan het gesprek van vanmorgen, waarbij Gerrit met dezelfde glans zijn jeugddroom volgde en het beroep van buschauffeur vaarwel zei.
Wat is alles toch relatief, gaat er door mij heen en gelijk heb ik mijn kerstgedachten voor dit jaar:
Doe wat je hart je ingeeft, laat wensen en dromen tot werkelijkheid worden en straal het leven tegemoet.
Fijne feestdagen en een goed 2004.

 

 

naar de andere verhalen