busindex.gif (49051 bytes)

     naar 11 t/m 15                                                             19 t/m 20                                  naar 21 t/m/ 25

16 Bloemen 18 kerst 20 De film in de spiegel
17 Rekenles 19 Wonderlijk verhaal

 

                      Kerst op eigen wijze 

Het is zo mooi, deze zondagochtend voor de Kerst, de sneeuw heeft de nacht overleefd en glinstert in de opkomende zon. Een schitterend gezicht, die gloeiende bol die langzaam boven Arnhem zijn gehele omvang laat zien. Als ik door de besneeuwde landschappen rijd komt er een serene stilte over me  en word ik geraakt door een soort kerstgevoel.
Altijd weer zijn die dagen voor de werkelijke kerstdagen  bijzonder voor mij; niet de dagen zelf, die zeggen me niet zo veel. Het opzitten en pootjes geven, je volvreten en je dan ellendig voelen omdat er weer een paar kilo bij zit, ik kan er niet echt blij mee zijn. 
Nee,de dagen ervoor: lekker thuis, de kerstboom staat, wat meer kaarsjes dan de gebruikelijke, de kaarten die aangeven, wat ik al wist, dat er veel mensen aan mij denken, de kerst CD’s die weer uit hun isolement verlost zijn en vrolijk hun klanken mogen laten horen. Heerlijk vind ik dat en ik heb dit jaar een aantal dagen vrij genomen om er uitgebreid van te genieten.
Nu dus weer twee dagen rijden en ook genieten.
Dit is kerst op mijn eigen wijze.
Ik krijg ineens een beeld van de 14e februari van dit jaar, Valentijnsdag.
Een jonge man stapt in en vraagt mij naar de Proostdijweg in Ede. Hij heeft een bos bloemen en een fles wijn bij zich. Gekscherend zeg ik: “Wat leuk, een bloemetje voor Valentijnsdag, in het midden latend of ze voor mij bedoeld zijn. Ik heb nog nooit iets met Valentijn gehad, en er is dus  een hartewensje. Hij lacht: “Het klinkt misschien gek, maar het is voor kerstmis!”
“Kerstmis?” roep ik verbaasd uit.
“Ja,” gaat hij verder, “afgelopen kerst hadden we met een stel vrienden afgesproken maar er kwam een sterfgeval tussen en hebben we het uitgesteld. Vandaar en  nu is dat moment gekomen dus…”
“O, wat leuk,” reageer ik, mijn eigen voorkeur herkennend voor dit soort afwijkende manieren om met dingen om te gaan.
De bloemen krijg ik niet, natuurlijk, maar het geeft me wel een goed gevoel, zo’n contactje.
Nu, winkelende mensen, het is koopzondag, en iedereen is in opperbeste stemming, het witte landschap is daar  debet aan, maar ook de vrije dagen, die de meeste mensen in het vooruitzicht hebben.
Ingrediënten voor luxe kerstdiners worden achter in de auto’s geladen, fietstassen zo vol dat het moeilijk rijden is op de toch wel gladde fietspaden, grote en kleine cadeau’s komen de bus in. Ook goede tijden voor Connexxion, want er worden veel buskaarten verkocht, ik vlieg door mijn voorraad heen.
 
En als ik, eind van de middag, de bus in de garage heb gezet en in mijn eigen kleine autootje naar huis rij, zie ik dat de bomen hun blijkbaar niet drip-vrije jasje prijsgeven aan de zon en de wereld weer grijs wordt. Een aangekondigd nieuw sneeuwfront maakt de lucht echter al weer snel donker en ik kijk uit naar mijn eigen kerstfeest:
Met gehuurde video’s, korte schoonheidsslaapjes, de vriezer vol maaltijden en met vooral veel kaarslicht ga ik mijzelf ingraven. Ik weet nog niet of ik ook mijn computer buiten sluit, want dat is toch ook wel leuk,  die e-mailtjes als reactie op dit busverhalen  b.v. Ik wil er ook nog een paar beantwoorden, maar bovenaan mijn lijstje staat in ieder geval: doen waar ik zin in heb, zonder op de klok te hoeven kijken.
 
Ik wens alle lezers van busverhalen:
zijn/haar eigen wijze van kerst vieren.
 
Tot volgend jaar en kijk nog even naar het rotondeorakel. 

naar boven

Rekenles

 Lijn 50*, een van mijn favoriete lijnen omdat deze door een mooi stukje Nederland rijdt. Ik ben net het mooie Heveadorp gepasseerd en heb genoten van het uitzicht over de Rijn als in Oosterbeek twee kinderen met hun moeder instappen. Elk van de ongeveer 7-jarige jongens mag een strippenkaart af laten stempelen en heel netjes zegt de één met een rose kaart: “Twee kinderen naar Arnhem” en de ander met de blauwe kaart:”Eén volwassene naar Arnhem.”
Ze gaan achter de chauffeursplaats zitten, terwijl moeder aan de andere kant op de praatstoel plaats neemt.
Een van de jongens staat, zodra de bus weer in beweging is, op en kijkt om een hoekje naar mij. Moeder reageert hier direkt op door het kind te vermanen te gaan zitten.
“Ik wil zien hoe de chauffeur stuurt.”
Ik vind dit wel leuk en zeg: “Als je je goed vasthoudt dan kan dat wel, ik zal heel voorzichtig rijden.”
De route is rustig en ik heb alle tijd, dus een geïnteresseerd kind kan ik wel van wat wetenswaardigheden voorzien.
“Als je wat wilt vragen, doe je het maar hoor. Ik zal voorzichtig rijden, maar  er kan bijvoorbeeld een kind oversteken en dan moet ik ineens heel hard op de rem trappen, staan in een bus is eigenlijk nooit echt veilig. Houd je dus goed vast. Als ik heel hard moet remmen dan lig je zo in het trapgat.”
Hij moet er een beetje om lachen, hij is toch groot en sterk en vallen, nee joh, dat is voor kleuters en hij zit al in groep 3.
“O, dan kun jij me mooi helpen, kun je goed tellen?” Ik zie mijn telbriefje liggen, het is weer de week van de statistieken en dat houdt in dat we bij bepaalde haltes moeten noteren hoeveel passagiers er in de bus zitten. Er zijn er nu niet zo veel dus dat tellen moet wel lukken. Zijn broer komt er nu ook bij en het blijken tweelingen te zijn.
“Ik kan heel goed tellen.” zegt de broer en ik merk de competitiestrijd tussen de twee.
“Nou bij de volgende halte moeten we tellen en kijk eens hoe veel mensen daar staan. En hoeveel zitten er in de bus?” De schooljuf in me komt naar boven.
Ze gaan druk aan het tellen en komen steeds op andere getallen uit. Terwijl zij zo bezig zijn bedenk ik dat het best leuk zou zijn om dit meer met kinderen te doen. Het is een goede oefening en in ieder geval levend lesmateriaal.
Uiteindelijk zijn ze het er samen over eens dat het er 12 zijn en een van de twee mag het op het briefje schrijven. Ja en dan moet de ander ook wat te doen hebben, dus die mag bij de volgende halte een kaart afstempelen, dat wil die ander dan ook weer en zo blijven we bezig.
Op het station aangekomen zeg ik :” Nou jammer hoor dat jullie weg gaan, ik had nog wel wat hulp kunnen gebruiken.” Dit had ik natuurlijk niet moeten zeggen, want nu heeft moeder de grootste moeite om ze uit de bus te krijgen, ze willen nog wel een rondje mee, om te ‘helpen’.
Terwijl ik pauze houd en een beetje voor me uit zit te staren bedenk ik dat in sommige rekenmethodes op school van die “bussommen” staan en het zou best leuk zijn om een groepje kinderen, uit groep 4 bijvoorbeeld, tijdens zo’n telperiode mee te nemen. Die saaie sommen worden werkelijkheid en kinderen die rekenen niet leuk vinden omdat ze het moeilijk vinden worden misschien meer gemotiveerd. Toch eens kijken of we daar iets mee kunnen. Ik zie het al voor me, de kinderen met de bus ophalen van school, naar de garage en dan, na wat uitleg en limonade, mee met chauffeurs die dat leuk vinden. En kinderen die wel goed zijn met rekenen kunnen dan een verhaaltje schrijven over zo’n dag en dat zet ik dan op de www.busverhalen.nl . Leuk toch!
 
Ik hoor wel of er scholen (in de buurt van Rhenen) geïnteresseerd zijn en of Connexxion hier oren naar heeft. Stuur reacties maar naar: busverhalen@planet.nl dan horen jullie wel of er iets kan gebeuren.
Kinderen die een leuk busverhaal hebben mogen het ook naar me sturen, ik heb een paar titels waar je uit kunt kiezen:
v     Mijn vader (moeder) is buschauffeur en dat vind ik……
v     Toen ik laatst in de bus zat…………………
v     Ik droomde dat ik chauffeur van een bus was en toen gebeurde er zo iets raars/leuks/stoms……………………….
v     …………………………………………………………..(zelf iets bedenken)
 
*Er is zelfs een website van lijn 50
 
november 2001
 

naar boven

 

 

Bloemen 

Hij kwam binnen met drie bossen bloemen en moest ze eerst op de bank leggen om zijn strippenkaart te kunnen laten afstempelen. Een jongeman,  zijn blik verried iets van triomf, maar ook iets verwachtingsvol.
Hier zit een verhaal achter dacht ik."Heb je zo veel aanbidders?” begon ik luchtig om vooral de humoristische kant van dit waarschijnlijk zeer menselijk verhaal te ontmantelen.
“Nee”, zei hij lachend, deze bossen zijn uit dankbaarheid.
“O, leuk, maar heb je ze gekregen of ga je ze weggeven?”
“Ik ga ze geven.” en hij vervolgde even later: “ In moeilijke tijden kom je er pas achter wie je echte vrienden zijn en daar wil ik nu eens wat aan doen. Ik ben pas 19.”
Die laatste opmerking was eigenlijk wat vreemd en ik begreep dat hij zichzelf in een belangrijke fase van zijn leven tegen was gekomen. Mogelijk met levenslessen  bezig was die op zo’n leeftijd nauwelijks te behappen zijn.
Ik vond dat hij een heerlijke uitstraling had en ik kon niet anders dan hem een complimentje geven:
“Nou het kleurt je wel dat je zo omgaat met de dingen, niet veel van jouw leeftijdsgenoten durven om zo openlijk uit te komen voor wat ze voelen.”
“Ja, ik sta pas aan het begin.”
Ik moest dat beamen, want, met een redelijk aantal jaartjes meer dan hij , was ikzelf ook weer in een crisis beland  en ondervond hoe belangrijk vrienden in zo’n situatie betekenen.
“Ja joh, het gaat een leven lang door, dit soort situaties, dit soort levenslessen waardoor  je weer groter groeit. Op het moment is het rot, maar later als je erop terug kijkt weet je waarvoor je het hebt moeten doen.”
Ik voelde me nu echt een soort moeder die haar zoon toesprak met opvoedende woorden, maar mijn gevoel erbij was zeer oprecht.
Blijkbaar voelde hij dat ook, want even later, toen de bus verder leeg was, kwam hij naast mij staan, de bloemen achterlatend op de bank en vertelde zijn verhaal en ik had de eer om er naar te mogen luisteren.
Hij had al heel lang gelopen met gevoelens die niet klopten met dat wat algemeen voor goed werd gehouden. Hij hield meer van jongens dan van meisjes en toen hij daadwerkelijk een vriend ontmoette en hopeloos verliefd werd, kon hij er niet meer omheen. Hij was blij en wilde het van de daken schreeuwen, maar aan de andere kant boezemde de bekentenis ervan hem enorme angst in. Toch, in de moed der wanhoop heeft hij het een paar vrienden verteld en het bleek dat er helemaal niet zo moeilijk op gereageerd werd en dat deze vrienden enorm blij voor hem waren en het al lang vermoed hadden.
“En voor deze vrienden zijn die bloemen, begrijp je?”
Ja ik begreep volkomen,  de bloemen waren het, naar zijn zeggen, onbetaalbare symbool van geluk voor het hebben van begrijpende vrienden.
Wat heerlijk dat iemand zo zijn weg in het leven kan vinden en op die weg in de bus even kan delen met een chauffeur.
Ik voelde me ineens zelf  uit mijn crisis kruipen en had hem ook graag een bos bloemen gegeven.

 

20 april
2002
 
Also in English
Translated by
Sheila Gogol

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
naar boven

De film in de spiegel

 

Ik ben een van de hoofdrolspelers in een drama van een mens dat blijkbaar geen andere uitweg meer zag. Waarom ik?
 
16 maart  2002
Een zaterdagdienst, altijd anders dan op gewone werkdagen, ander publiek, andere sfeer, gezelliger vaak. Ik kan niet vermoeden dat het zo totaal anders verloopt. Een ervaring die elke chauffeur tot een nachtmerrie zal rekenen.
Ik rijd op de busbaan naar Amersfoort station en plotseling zie ik rechts voor mij een man zich los maken uit een groepje mensen en rennend op mijn bus afkomen.
 
Terwijl ik het stuur omgooi om hem te ontwijken gaat er een ervaring door mij heen die ik eerder had en die menig chauffeur zal herkennen; iemand, die de bus nog wil halen terwijl je al van een halte weg gereden bent. Als hij, meestal een jongere uit een groep, beseft dat je niet stopt, op de bus afrent, een klap ertegen geeft en daarna boos terug loopt, zich niet realiserend dat jij verstijfd achter het stuur en met de schrik in je donder, verder moet rijden.  “Stomme idioot” denk je dan en met het beeld dat het ook anders kan aflopen, rijd je verder. Je vergeet het weer.
 
Maar op dit moment komt dat beeld weer boven en terwijl ik de rennende man probeer te ontwijken, volg ik hem in de rechter buitenspiegel en zie tot mijn stomme verbazing dat hij met dezelfde snelheid en intentie door blijft rennen en zich uiteindelijk, ter hoogte van het achterwiel, tegen de bus aanstort, valt,  rolt en dan… is het zwart voor mijn ogen. Ik stop de bus, zit als versteend in die spiegel te staren en weet even niet waar ik ben, wat ik ben en wie ik ben.
 
Een fractie van een seconde, daarna gaat het op volle toeren draaien, komt de werkelijkheid tot me , ervaar ik mijn omgeving weer, een passagier die met zijn gsm naast me staat en de woorden: “U kan er niets aan doen, hoor”.
Ik zie een bus uit tegenovergestelde richting en wat de chauffeur gebaart, ervaar ik als: ‘blijf maar ik regel het wel!’ Dankbaarheid doorstroomt me, deze twee mensen zijn getuige en ik realiseer me dat ik de noodknop moet intrappen. Heel vreemd, vanaf dat moment kom ik in een soort tweestromenland; er is één lijn die mij laat functioneren zoals er van me verwacht wordt: verantwoordelijk en professioneel en doordacht. Ik communiceer met de CVL, berg mijn geld en strippenkaarten op voor graaigrage handjes, vraag aan de man van de gsm of hij zijn naam en adres wil achterlaten. De andere lijn is die van pure emotie en paniek. Eén uitweg slechts en dat is huilen en herhalen: “Ik kon er niets aan doen, ik kon er écht niets aan doen!”
Ik loop de bus uit en de collega van de andere bus helpt met troostende woorden: “Ik heb het gezien, je kon er niets aan doen!”
Verward ben ik en ook heel helder. Ik loop richting slachtoffer, waar ondertussen al mensen bij zijn, denk nog even dat ik zelf wat moet doen, maar realiseer me tegelijkertijd dat ik in deze toestand niet in staat ben om ook maar iets te doen.
Iemand gilt om een ambulance, hij is er dus slecht aan toe.
Ik loop verder, kijk en zie een lijkbleek gelaat, ogen die omhoog draaien en op dat moment weet ik dat hij zal het niet overleven.
Het hele circus komt op gang , loeiende sirenes, ambulances, nog meer politie, ik word opgevangen door een agent en later door, een chauffeur van Connexxion die speciaal voor mij is gekomen. Bij God, wat zijn collega’s op zo’n moment belangrijk, ik vind een schouder om te huilen  iemand om tegen aan te praten, ik wil het steeds maar herhalen: die film die ik in de spiegel zag. Later is er iemand van ons calamiteiten team en ondertussen wordt er alles gedaan om de man te redden. Er komt zelfs nog een traumahelikopter om een dokter te brengen die chirurgische ingrepen kan verrichten zodat zijn levenskansen worden vergroot. De pilote vertelt het mij allemaal, net als de ambulancemensen die op alles antwoord geven. De politie probeert mij nog van de man weg te houden, maar ik wil erbij zijn, zien en meemaken wat er allemaal gebeurt.
Mijn  rol lijkt niet belangrijk, er is één grote vraag : Waarom doet iemand dit, welk leed ligt hieraan ten grondslag?
Ik voel en weet dat ik geen schuld heb en als ik later op het politiebureau mijn verhaal moet vertellen, kan ik dit ook, wil ik het ook, duidelijk zoals ik het ervaren heb, afgewisseld met huilbuien.
Nog vele keren zal het verhaal over mijn lippen gaan en rollen de tranen uit mijn ogen. Praten en janken dat is alles wat ik kan, ook de dagen erna.
Er is één grote angst: dadelijk alleen naar huis, alleen in dat lege huis, dus op weg naar Rhenen ben ik blij dat ik toevallig ‘s morgen mijn mobieltje heb opgewaardeerd en ik probeer mensen, vrienden te bellen die mij kunnen bijstaan, maar om de een of andere reden is er niemand die naar me toe kan komen.
In Rhenen zijn er weer andere mensen en kan ik weer praten , krijg koffie, armen om mij heen, worden zakdoeken aangereikt. Ik krijg Karin aan de telefoon en zij belooft mij te helpen. In haar heb ik veel vertrouwen omdat ze met dit soort processen  omgaat op een manier die mij aanspreekt en ook nog collega is.
Als men mij thuis heeft afgeleverd en daar ook weer over andere dingen gepraat kan worden, voel ik dat het alleen zijn niet zo erg meer is, dat het misschien wel goed is.
 
Inderdaad, als ik alleen ben, komt er een soort rust over me en kan ik weer allerlei mensen gaan bellen. Steeds weer het verhaal vertellen, want dat is nodig. Tranen vloeien in overvloed, maar de film vervaagt wat en als ik de volgende dag wakker word, ben ik blij dat de gevreesde nachtmerries zijn uitgebleven.
De politie uit Amersfoort belt mij de volgende dagen regelmatig en ik waardeer dat, kan alles wat ik weten wil vragen en dan wordt het drama van de man een beetje duidelijker: hij is een asielzoeker die net uit Azerbeidzjan was aangekomen en in zijn thuisland al depressief. Ze waren op weg naar het politiebureau om de asielprocedure in gang te zetten en voor de ogen van zijn vrouw en kinderen heeft hij het eind van zijn leven in eigen hand genomen. Mogelijk motief was om zodoende de gelegenheid te scheppen om verblijf van zijn gezin hier te verzekeren.
Het ware verhaal is met de man het graf in gegaan.
 
Ik besef dat het leed van deze vrouw en de kinderen groter is dan het mijne, maar tegelijkertijd weet ik ook dat het niet uitwisselbaar is, dat zij hun leed moeten dragen en ik het mijne.
Dan rijst de volgende vraag: Waarom ik? De man heeft een bus gekozen en niet mij, maar waarom was ik op dat moment daar en niet een van mijn collega’s?
Ook daar zal ik nooit écht antwoord op krijgen en uiteindelijk berust ik er in dat ik het was, zonder te vragen naar de reden, het is toch niet meer te veranderen.
Ik blijf het vertellen aan een ieder die het horen wil en ik voel me gelukkig dat ik zoveel vrienden en bevriende collega’s heb, want dan hoef ik mijn uitlaatklep niet over één persoon leeg te storten, die zou gek worden.
Uiteindelijk zal ik het toch alleen moeten verwerken en daar is tijd voor nodig.
Nu, een aantal weken later, weet ik waarom ik een van de spelers was. Het  heeft veel los gemaakt in mij, maar als chauffeur met veel (levens)ervaring, weet ik dat ik de weg zal vinden om er doorheen te komen.
 
En nog veel later is mij duidelijk geworden waarom het mij is omgekomen en ben ik zelfs blij n dankbaar dat het gebeurd is.
Het heeft mijn leven een draai gegeven, de goede kant op.
 
 
April 2002
 
Wil je reageren op dit verhaal , graag, vooral ook als je zelf iets dergelijks hebt meegemaakt. Ik wil wel uitwisselen.
                                            info@busverhalen.nl

19.

maart 2002

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


naar boven

Wonderlijk verhaal

 
Bij de halte Haarweg stappen twee mensen in met zware koffers en tassen, ze spreken Engels, een van hen is donker van kleur en ze willen naar het station Ede/Wageningen. Niets bijzonders, er moeten veel mensen op deze lijn 83 naar dat station. Elke dag. Toch zal het deze keer anders gaan dan anders.
Op een volgend kruispunt loopt een jongeman en op de een of andere manier heeft hij iets met deze bus. Zoals in een stripverhaal de communicatie via zo’n ballonnetje boven het hoofd de teksten weergeeft zo lijkt er boven zijn hoofd een groot vraagteken te staan. Ik probeer van achter het stuur contact met hem te maken, ga wat langzamer rijden en als hij merkt dat de bus naar de halte rijdt, waar op dat moment niemand staat, neemt hij een spurt en rent naar de voordeur van de bus toe.
Op zijn T-shirt staat: “En nu eerst een Bavaria.”
Ik hoor hoe hij buiten adem is en ik moet lachen als ik die reclame spreuk combineer met zijn buiten-adem-zijn. Hij blijft op de eerste trede staan en buigt voorover om de bus in te kijken. Hij slaakt een diepe zucht alsof hij opgelucht is en dan pas keert hij zich naar mij: “Ik moet even iets afgeven en stap dan weer uit, is dat goed?.”
Het lijkt erop dat het niet klaar is met alleen iets afgeven, hij heeft een pakje ter grootte van een boek bij zich en ik knik, zonder naar een plaatsbewijs te vragen. Ik heb het gevoel dat ik een soort padvindersdaad verricht en zoals later zal blijken, zit ik er niet ver naast.
Ik ga rijden, mijn enige passagiers zitten niet ver achter mij. Ik vang flarden van het gesprek op en langzaam wordt er een stukje van de sluier opgelicht van waar dit allemaal om draait, maar helemaal duidelijk wordt het niet. Ik word wel steeds nieuwsgieriger.
Ik hoor kreten in het Engels over een brief, extra batterijen, dat je er ook mee naar muziek kan luisteren en dat hij zo blij is hun nog te hebben getroffen in de bus.
Een aantal haltes later wil de Bavaria-man uitstappen, zijn missie is blijkbaar voltooid. Ik vertel hem dat ik op het station direct omkeer en dat hij wel kan blijven zitten om mee terug te rijden. Hij doet dat en gaat nog wat praten met de man die, zoals later blijkt, naar Somalië gaat en begeleid wordt door een vriendin die hem naar Schiphol zal brengen.
Op de terugweg zit mijn Bavaria-man op de praatstoel en dat is voor mij een teken dat hij best wel wat kwijt wil. Hij is de enige passagier, het is vakantietijd.
“Zo, de missie volbracht?” vraag ik om toch te proberen het verhaal los te krijgen.
“Ja, nog bedankt dat je zo reageerde bij die halte.”
“Anders had je ze gemist, hè?”
“Ja, zeg dat wel. Het was heel erg belangrijk voor me.” Hij lijkt erg opgelucht en als ik nog wat stimuleer komt het hele verhaal er uit.
Hij heeft een Somalische vrouw ontmoet, een asielzoekster en  is verliefd geworden, zij mocht hier echter niet blijven en is teruggestuurd.
Het contact met Somalië zelf is hopeloos, je kunt geen brieven sturen, telefoneren is al helemaal niet mogelijk en toen hij een landgenoot van haar had leren kennen die terug zou gaan, was daar de kans om wat mee te geven voor zijn verre, onbereikbare lief. Een brief en een ingesproken bandje, maar dan moest er ook een taperecordertje mee en extra batterijen, want die zijn daar niet te koop.
Er was echter een misverstand over het tijdstip van naar het station gaan en hij was hen misgelopen, was gaan zoeken en dolen, wanhopig omdat hij zijn plan in duigen zag vallen. De communicatie met de bus  en mij had hem gered.
Als de tweespraak tussen hem en zijn verre vriendin net zo gaat als met deze lijn 83, dan komt het wel goed, dan zijn er niet zo veel woorden nodig.
In ieder geval is het pakketje op weg naar zijn geliefde. Nu maar hopen dat het goed aankomt en dat hij bericht terug krijgt, er is in ieder geval een stroompje in beweging gebracht.
 
“Maar nu eerst een Bavaria!” zeg ik en een dankbare lach is zijn reactie.
Even zijn we allebei gelukkig, gewoon als twee mensen die elkaar zomaar toevallig ontmoetten op zomaar een dag.
Twee onbekenden die verre werelddelen even bij elkaar brachten.

                                                                            Naar 21 t/m 25>>>>>>>

Wil je op de hoogte gehouden worden als er een nieuw verhaal verschijnt, mail dan je naam en e-mail naar:
info@busverhalen.nl

 

naar boven