Diamantvink
Geslachtsonderscheid:
Engels: Diamond - Firetail finch
Duits: Diamant fink
Zuidelijk Queensland (Australië), oostelijk New South Wales  tot Victoria en oostelijk Zuid-Australië.
12 cm
2,7 mm
Half-open nestkastjes

Naamgeving:

Leefgebied:

Lengte:
Ringmaat:
Broedblokmaat:
Sociaal gedrag:
Natuurlijke omgeving en gedrag:
Kweekgegevens:
Emblema guttata
Het geslachtsonderscheid is tussen de beide geslachten bijna niet te zien en alleen een goed getraint oog ziet nog wel eens verschillen.  Veelal is de pop iets smaller en kleiner van bouw, vaak is de borstband smaller dan die van de man, terwijl de teugels vaak wat minder gitzwart tonen. Ook is de snavel van een broedrijp mannetje wat donkerder rood dan de snavel van de pop. De verschillen zijn echter zo klein en kunnen hooguit als een aanwijzing dienen. Het beste kan men afgaan op de rozerode lidrand om het oog die bij de man iets donkerder is en breder. En natuurlijk is de zang van de man de betrouwbaarste aanwijzing.
Diamantvinken zijn brutale en levendige vogels, die graag een bad nemen. Door hun brutale gedrag willen ze nog wel eens de nestjes van andere vogels verstoren, dus hou hier rekening mee. Verder zijn het nestslaper, dit houd in dat ze eigenlijk altijd in een nestkastje de nacht doorbrengen.
Diamantvink mannen kunnen het tijdens het broedseizoen maar
zelden goed met elkaar vinden. Het is daarom raadzaam ze tijdens deze periode per koppel te huisvestigen. In een grote vlucht is het soms wel mogelijk om drie of meer koppels bij elkaar te plaatsen, maar hou het dan in het begin goed in de gaten om slachtoffers te voorkomen. Twee kopels samen zetten in een vlucht, is in het broedseizoen eigenlijk onmogelijk en daarom echt af te raden.
Buiten het broedseizoen zijn ze voor soortgenoten en andere vinken veel makkelijker in omgang en geeft het geen tot zeer weinig problemen om ze samen te houden.
De diamantvink komt voor in droge gebieden met bomen en in parken en tuinen in Oost Australië van Zuid
Queensland tot Zuid Australië. Deze soort vormt los-vast groepen van 20 tot 30 vogels. In deze groepen wordt ook
gebroed. Vooral graszaden worden veel gezocht op de bodem. De diamantvink bouwt haar nest graag in de
onderbegroeiing van grashalmen en plantenwortels. Soms worden hun nesten ook in de onderbouw van roofvogels
aangetroffen. Het legsel bestaat uit 5 of 6 eieren. De jongen worden veelal gevoerd met insecten en
insectenlarven.
Volgt: