Na de inschrijving komen de bezoekers eerst bij een koor. Vol overgave zingen ze over de liefde van God, die voor mensen concreet is geworden in de geboorte van Jezus. Hardop of zachtjes zingen de bezoekers soms mee.
Na enige tijd komen de wandelaars aan bij een groepje herders met hun schapen.
Kleumend rond het vuur vertellen die herders over het bijzondere dat er gebeurd is: 's nachts hebben ze namelijk iets geweldigs meegemaakt. Er is een engel aan hen verschenen. Die heeft hen iets geweldigs verteld. Nadat de engel uitgesproken was, hebben de herders een compleet koor van engelen horen zingen.
Aangespoord door de engelen zijn ze op weg gegaan naar de stal. Nog onder de indruk, geven ze die aansporing door aan de wandelaars.
|
|
Verderop bij de herberg, wordt druk geveegd en geredderd: het is er namelijk erg druk geweest; zó druk dat er geen plaats meer vrij was voor extra gasten zich aanmeldden.
Al die drukte was het gevolg van de opdracht die de keizer gegeven had, dat iedereen in zijn eigen plaats ingeschreven moest worden.
De herbergier en zijn assistenten weten te vertellen dat er ook een jong stel langs geweest is. Helaas konden die ook geen plek geven. Ze vonden dat wel sneu, want de vrouw was hoogzwanger geweest...
Inmiddels hebben ze via-via gehoord dat het jonge stel toch ergens onderdak gevonden heeft. Zo kwam het dat de Redder van de wereld, het kindje Jezus, geboren werd in een stal.
|