Johan Tielens

 

Johan Tielens in1920, zoals

 Dirk Mooij hem gekend heeft

 

Hier volgt nu een uitgebreid verslag van mijn onderzoek naar zijn leraar Johan Tielens met aandacht voor het Symbolisme, de Branding, de Antroposofie en de Theosofie.

 

Personalia

 

Johan Tielens is geboren op 29 mei 1869 te Rotterdam als Johannes zoon van Johannes Baptista Thomas Tielens en Cornelia Anthonetta Beukenkamp. Ik heb voorlopig nog niet kunnen aan tonen dat, hij familie zou zijn van andere kunstenaars van zijn generatie met die naam, die afkomstig zijn uit Zuid-Limburg. Zijn verre voorouders komen uit Goes en daarvoor mogelijk uit Vlaanderen. Hij trouwde te Rotterdam op 13 april 1892 [acte 362] met Hilletje Doesburg, geboren te Rotterdam op 6 maart 1871 als dochter van Mattheus Petrus Doesburg en Johanna Elizabeth van Langeveld, en scheidde van haar op 28 maart 1912 [s36v], acht dagen na de geboorte op 20 maart van Johannes Baptismus Thomas (Jan), die een zoon was van zijn tweede vrouw. Met Hilletje had hij een zoon Theo en twee dochters, Johanna Elizabeth (Ans) Tielens *Rotterdam 1900-1901 en Cornelia Anthonetta (Cor) Tielens geboren te Rotterdam op 4-6-1893 [akte nr. 3314]. Hij hertrouwde Maria Dora Krol te Rotterdam op 9 mei 1912, die te Rotterdam geboren was op 11 maart 1881 als dochter van Cornelis Gijsbertus Krol en Jacoba Johanna Koens. 

Hij woonde i.i.g. vanaf 1914 tot het bombardement op 14 mei 1940 aan de Goudschestraat 60a. Op die dag wordt zijn huis en atelier vernield door het bombardement.[1] Op 16 december 1940 verhuist hij naar Barneveld en woont daar aan de Lange Zuiderweg 16 en vanaf 11 juli 1941 aan de Stroeërweg 12 en vanaf 24 november 1941 aan de Harremaatweg 12. Volgens eigen opgave en zijn familie woonde hij van 1940 t/m 1948 in Voorthuizen ten noorden van Barneveld[2] Tenslotte keert hij weer naar Rotterdam terug op 2 maart 1948 en gaat wonen aan de Lisstraat 57a. Hij overlijdt aldaar op 21 juni 1957, inmiddels gepensioneerd en zonder beroep vermeld op de Persoonskaart.[3]

Zoon Jan huwt op 7 mei 1942 met L.E. van den Akker.[4] Zijn dochters zijn ook gehuwd. Cor  trouwt op 22 jarige leeftijd te Rotterdam op 2-3-1916 maar met de handschoen [c44] met Hendrik Gerrit Veen geboren in Menado (Nederlandsch Oost Indië), ook 22 jaar en zoon van Hendrik Veen en Geertruida Catharina Gorter. Ans trouwt op 23 jarige leeftijd te Rotterdam op 2-8-1923 [nr j89] met Simon Cornelis Tinbergen geboren te Rotterdam, 44 jaar en kunstrecensent. Hij was op 7 juli 1923  te Rotterdam gescheiden van Susanna Jacomina de Jong en was een zoon van Nicolaas Tinbergen en Alida Koot .

   Johan Tielens was leraar in wiskunde en taal en leraar MO-tekenen op een HBS.[5] Hij bleef onderwijzer tot zijn veertigste, dus zo rond 1909, toen heeft hij van het kunstenaarschap zijn beroep gemaakt. Toch schrijft Pieter Scheen dat hij tot aan zijn pensioen onderwijzer is gebleven.[6] Hij heeft ook vóór 1935 geen les gegeven aan de Rotterdamse Kunstacademie.[7] Hij was wel leerling van deze Academie en kreeg privé tekenles van de schilder Dirk G. Ezerman.[8]  Deze is , net zoals Roland Holst, zelf leerling van Auguste Allebé geweest.[9] Met Ezerman werkte Tielens buiten naar de natuur, tekende en wellicht schilderde hij ook, hoewel hij dit zelf tegenspreekt, hij beweert immers dat hij als schilder  autodidact is.[10] Hij was in 1904 lid van de theosofische vereniging[11] Hij was i.i.g. vanaf 1924 en mogelijk al eerder ook lid van de antroposofische vereniging en was dit ook nog in 1948.[12] Zijn zoon Jan is na 1945 en i.i.g. in 1968 ook lid geweest van de Antroposofische vereniging.[13] 

In de loop van zijn loopbaan beheerste hij meerdere stijlen en was ook een vakman, hij etste, maakte houtsnede’s, tekende en schilderde..[14]  Naast leraar op een HBS ‘heeft hij ín zijn vrije uren ook nog veel discipelen in de tekenkunst gehad’, zo schrijft de NRC in zijn sterfbericht van 25-6-1957. Dirk Mooij was een van zijn leerlingen.

 

Kenmerk werk

 

Hij wordt vermeld als een van de acht schilders van de schildersgroep ‘de Branding’ te Rotterdam (sept. 1917-1926), die in tegenstelling tot andere leden, die abstract of realistisch werkten, meer de innerlijk wereld willen afbeelden, gebruikmakend van voor hen passende beeldmiddelen.[15] Zij sluiten aan bij het Symbolisme, dat deels weer aansloot bij het occulte en het spiritisme. Johan Tielens, Hendrik Wijdeveld, Jacoba van Heemskerck, Willem van Konijnenburg en anderen worden daarom door Carel Blotkamp gerekend tot de post-symbolistische schilders.[16] De kunstenaars van het symbolisme willen het ongrijpbare of bovennatuurlijke proberen af te beelden, zoals, de psychologie, het universum, een ver verleden, een verre toekomst, andere dimensies, het religieuze e.d., hetgeen natuurlijk onmogelijk is. Ze scheppen voor zichzelf daarmee een grote vrijheid, want niemand kan controleren of het klopt. Het is de visie van de kunstenaar op een bepaald idee. Tielens en sommige voorgangers en tijdgenoten hebben een periode geprobeerd om bijvoorbeeld muziek in vorm te vatten. Dit kon ook leiden tot abstractie, zoals bij ‘het carillon’ in het stadhuis van Rotterdam. Ook probeert hij d.m.v. stilering een persoonlijkheid in een portret te vangen, anders dan met realistische beeldmiddelen, als bijvoorbeeld groeven in het gezicht of een bepaalde blik.[17] De invloed van het negentiende eeuwse Symbolisme is zichtbaar op het hieronder afgebeelde werk. Het moet iets essentieels uitbeelden van ‘de bruid’. Mooi, jong, vruchtbaar en ze wordt door een schim gekust.

 

De bruid " Johannes Tielens, gesigneerd J. Tielens rechts onder,

olieverf op doek, afmetingen 73 x 58 cm

 

De Onafhankelijken in Amsterdam

 

In Amsterdam is in 1912 de expositie-organisatie, ‘de Onafhankelijken’ opgericht, net zo genoemd als hun 19e eeuwse parijse voorganger.[18] De Amsterdammers wilden juryvrije verkooptentoonstellingen houden. Deze vrijheid van een jury wordt door Tielens ondersteunt.[19] Johan Tielens heeft hier dan ook vaak geëxposeerd. Er exposeerden bij de Amsterdamse organisatie, Nederlandse en buitenlandse nu zeer beroemde schilders. Met name de derde expositie van de Onafhankelijken in het voorjaar van 1914 introduceerde tientallen bekende kunstenaars, zoals: Archipenko, Kees van Dongen, Picabia, Joe Zadkine, Marc Chagall en Kandinsky. De catalogus kon op eigen kosten worden voorzien van een illustratie. Tielens heeft daar geen gebruik van gemaakt.[20]

Een greep van enkele Nederlandse namen, die op de ledenlijst van de Onafhankelijken van 1914 voorkomen zijn: Charley Fernhout-Toorop uit Bergen, mej N.Goedewaagen, Gouwe 103, Gouda (verband Christengemeenschap?), J.Gosschalk Obrechtstraat 227 Den Haag, jfr. J. van Heemskerck van Beest, Nassau Zuijlensteintr. Den Haag, K. Heynsius Spui 242, Den Haag, Antoon Kerssemakers Dijk 1, Eindhoven (leerling van van Gogh), H.E. Mees, Westzeedijk 237, Rotterdam (bestuurslid van de ‘de Onafhankelijken, zijn zoon werkte bij Goudriaan/NP, die weer huwt met een afstammeling van Anthony van Hoboken), Louis Saalborn Alex Boerstr. 23, Amsterdam, Schmidt Heemskerkstr. 7, Zandvoort en Johan Tielens, Goudschestr. 60, Rotterdam.[21] Johan Tielens’ werk komt niet voor op de lijst van verkochte werken van de derde t/m de tiende verkooptentoonstelling (1914-1917), hoewel hij daarvan wel deelnam aan de tweede t/m negende tentoonstelling.[22] Op de tweede tentoonstelling met vijf werken, op de derde met vijf werken, w.o. de Nimf (nr. 548), op de vierde met één werk, op de vijfde met vijf werken, op de zesde met vier werken, op de zevende met vier werken, de achtste met twee werken en op de negende met twee werken. Dit is iets meer dan gemiddeld. Van de derde tot de tiende tentoonstelling is van 75 van de circa 350 kunstenaars werk verkocht.[23] Ook van bijv. H.P. Berlage, H.F. Bieling, Kees van Dongen, H.G. (Jos) Cohen Gosschalk, W. Kandinsky of A.A. (Loe) Saalborn is geen werk verkocht. Nog van belang is te melden, dat Tielens’ werk voor de verzending  hoog verzekerd was. Voor de vierde tentoonstelling is er door tien van de inzenders, voor totaal fl. 5.600,- verzekerd, waarvan fl. 1.000,- voor rekening van Johan Tielens, de op een na hoogste. Dit volgens een notitie op 30-11-1914. Voor de vijfde expositie hebben voor verzending op 4 en 5 juni 1915, dertien inzenders een verzekering afgesloten met een totale waarde van fl. 8.035.-, waarbij Tielens weer zijn werk voor fl. 1.000.- verzekerd. Nu zijn er meer met dit hoge bedrag.[24]  Hij verkocht echter wel degelijk werk, bijvoorbeeld op een tentoonstelling aan de Glashaven 20 in 1916.

 

Chronologie en thema’s

 

Aan de hand van de recensies zal ik het werk van Tielens behandelen. Een van de recensenten is Bernard Canter, die schreef voor het Rotterdamse tijdschrift, Holland Express, weekblad voor kunst, cultuur, handelsverkeer. Hij doet dit i.i.g. vanaf 1914 t/m 1917.[25] Meestal bespreekt hij werk n.a.v. tentoonstellingen. Bij de bespreking van de derde jury-vrije tentoonstelling der Onafhankelijken worden werken, die toen te zien waren genoemd of besproken, zoals: ‘een groot portret van een dame’ en een ‘futuristisch carnavalesk feest’ en ‘de nimf’. Er worden ook werken van hem afgebeeld, zoals: ‘de Nimf’, ‘zelfportret’, ‘chrysanten’ en ‘aan de bron’.[26]

Volgens Canter berust zijn werk (op dat moment) op ‘audition colorée’ of ‘kleur-gehoor’. Deze denkwijze van Tielens verbindt hem met de oudere Symbolisten, die het onmogelijke of het onzichtbare willen uitdrukken. Hij vergelijkt de tonen met kleuren, grijzen zijn ruis en geen tonen.[27] Volgens Canter zoekt Tielens ook naar een formule om ‘een modern gevoel’ zichtbaar te maken. Hij doet dit door een strakke maatvoering en een rustige verdeling van de kleuren. Er is echter nog wel meer over te zeggen.

 

De wiskunde

 

De hyper- en parabolische vorm spelen een rol bij de ‘nimf’ en ‘aan de bron’. Zijn zelfportret met hoed en baard wordt door hem als kubistisch aangeduid. Er is inderdaad met vlakindelingen gewerkt. Canter is ook vol lof over de wijze waarop Tielens de techniek ondergeschikt maat aan het idee, bijvoorbeeld, door rust, kleur en vorm in de uitdrukking van de ‘woud-eenzaamheid’ of woud-geheimzinnigheid’ in ‘de nimf’. Maar hij bejubelt ook de aanzet die Tielens maakt om de wiskunde te verwerken in de schildertechniek. Tielens zal zelfs in 1916 de Holland-Express een artikelenreeks wijden aan de vierde dimensie.[28] 

Tielens was leraar wiskunde en i.i.g. in 1904 ook lid van de theosofische vereniging. Hij neemt dan met 40 andere bekende en onbekende kunstenaars, zoals J.L.M.Lauweriks, F.Zwollo, mw. L.A. van Blommestein, de belg C.Lambert (met een afbeelding van een aura, ‘Vision’), allen lid van de theosofische vereniging, deel aan de ‘Eerste Tentoonstelling van Beeldende Kunsten en Kunstnijverheid van Leden der Theosofische Vereeniging in Nederland en België’, die gehouden wordt bij het internationale congres van de Theosophical Society in Amsterdam. Deze tentoonstelling werd georganiseerd door de theosofische architect J.L.M. Lauweriks. De omslag van de catalogus is van H.J.M.Walenkamp.[29]

 Theosofische architecten zoals ook K.P.C. de Bazel zouden vanaf 1910 invloed uitoefenen op schilders, om wiskunde in hun kunst te verwerken.[30] Voor Tielens moet een idee over een verband tussen wiskunde en schoonheid in de kunst waarschijnlijk dus al eerder plaats gevonden hebben, daar hij in reeds in 1904, schilder, theosoof en wiskundeleraar was.

Ik denk dat in het algemeen geldt, dat kunstenaars, gevoelsmensen bij uitstek, die aandacht hebben voor de wiskunde in hun werk, vooral de wiskunde gevoelsmatig willen proberen te benaderen, om zo de kloof tussen het dagelijks leven in de gewone realiteit en de hogere abstracte wiskunde proberen te dichten. Vooral in deze periode, waarin Einstein zijn relativiteitstheorie openbaart, dringt zich dit op. Strikt genomen is dit natuurlijk onmogelijk. Wiskunde is wiskunde. Toch heeft Tielens voorgangers en moeten we voor een beter begrip even terug naar de oorsprong van het Symbolisme.

Genoemd idee over de uitdrukking van de wiskunde in de kunst is niet nieuw, in 1794 beeldt William Blake God uit als een schepper, die met een passer vanaf een wolk de wereld schept. Dit is een nieuwe Godsbeeld. Het beeld wat mensen van God hebben is natuurlijk in de loop van de eeuwen beïnvloed door de stand der wetenschap. Eerst was er de boze strenge God, een soort Donar bijvoorbeeld, maar ook de God, die onzichtbaar goede dingen doet. Vervolgens beschrijft Plato het concept van een ideeënwereld boven de zichtbare wereld. Beide concepten, liggen erg dicht bij elkaar. Maar Plato voegt daarbij ook een getallenleer. Dit zal er toe leiden dat in de loop van de eeuwen de wiskunde zich een plaats in het brein van kunstenaars en wetenschappers zal verwerven als uitdrukking van eerstgenoemde ideeënwereld. Velen, ook Leonardo da Vinci besteden aandacht aan getallen en verhoudingen, zoals de Gulden Snede. De wiskunde of de natuurwetenschappen met al haar gevolgen, zullen uiteindelijk zelfs God vervangen, een atoombom is hier een voorbeeld van, maar goed, zover was het in de tijd van Tielens nog niet. Tielens bespreekt in 1916 dus de wiskunde en de vierde dimensie, maar voegt er nog iets aan toe. Maar wat?

Genoemde God met passer is de uitdrukking van een pantheïstische wereldbeeld, die in de negentiende eeuw zowel de Theosofie als het filosofisch idealisme heeft beïnvloed, namelijk dat de kunstenaar een uitdrukker is van het hogere. In de kringen van proto-symbolisten, wordt dit uitgewerkt tot het idee dat een kunstenaar, in staat moet zijn via studie of beschouwing van de verschijningsvormen in de werkelijkheid de ideeënwereld uit te drukken in een kunstwerk. De realiteit bestaat voor hen dus uit vormen, die iets uitdrukken. Hij moet daartoe in staat zijn, omdat hijzelf net zo in elkaar zit als deze wereld. Hij is zelf ook een aaneenvoeging van vorm en idee. Stof en geest zijn immers in gelijke mate vervuld van het goddelijke, een mens dus ook, zo zegt dit wereldbeeld.

Tielens verwerkt bovengenoemde visie weer en meent dat de kunstenaar door begrip van het zuivere denken, dat zich manifesteert in het wiskundig proces een intuïtie ontwikkelt, die toegang geeft tot de hogere onzichtbare wereld. Hij legt daarbij ook direct het verband tussen een componist van muziek en een maker van schilderijen.[31] De kunstenaar wordt eigenlijk beschouwd als een medium. Tielens’ kunst zal echter niet geometrisch worden.

 

Andersom kan niet alle geometrische kunst geduid worden als bovenstaande. Er zitten vele aspecten aan. Het gebruik van eenvoudige geometrische vormen kan ook een behoefte aan orde en discipline weergeven, waarbij de maker zich afzet tegen de chaos in de natuur. Lauweriks de organisator van eerder genoemde tentoonstelling spreekt in 1899 al in een artikel betreffende de schoonheidsleer over de esthetische meetkunde, waarbij hij zich tegenover de natuur zet.[32] Lauweriks is een architect, een bouwer van een kunstmatige omgeving, een concurrent van god en de natuur eigenlijk. Volgens deze andere visie bezit de natuur achter de chaos een kosmische orde, die geometrisch is.[33]

De theosofie kan aldus wiskundige kunst opleveren, maar dat hoeft niet. Met zijn spiritistische neigingen, heeft het ook invloed op kunst, die geesten of schimmen e.d. probeert uit te drukken. Dit is dan een uitdrukking van een ander soort hoger, meer een verhalend soort hogere wereld. Dit kan oppervlakkig lijken op een allegorische voorstelling.

Het hangt ook weer af van de achtergrond van de persoon van de kunstenaar hoe hij genoemd symbolistisch inzicht verwerkt. Het zal diep gelovige kunstenaars, die overal de hand van god in zien, maar ook hun innerlijk durven te raadplegen i.p.v. de bijbel er toe kunnen brengen hun christelijk geloof te combineren met het symbolisme. Het is daarom ook niet vreemd dat Tielens zowel post-symbolist is als een schilder van Christus schilderijen.

Tielens combineert alle genoemde facetten. Voor hem is de vierde dimensie een soort mengsel van een spirituele, een hogere en een Platonische ideeënwereld. Hiermede zou hij Theo van Doesburg beïnvloedt kunnen hebben. In een briefwisseling tussen van Doesburg en Piet Mondriaan, waarbij alleen de retourbrieven van Mondriaan aan van Doesburg zijn bewaard, wordt in december 1917 voor het eerst verwijzing gegeven naar de Vierde Dimensie. Van Doesburg was wel al langer bezig met mystieke onderwerpen.[34] Als wetenschapper dreigt hier wel het gevaar, conclusies te trekken op basis van de beschikbare bronnen, terwijl men pas zekerheid heeft als men alle werken en gedachten over en van iemand beschikt om te kunnen concluderen, dat iemand de eerste ergens mee was. Maar goed, Van Doesburg en Tielens kenden elkaar i.i.g. wel, ze richten in 1916 samen een kunstenaarsvereniging op. Een kunstenaar moge dan wel een individualist zijn, hij wordt altijd beïnvloed en heeft een invloed op ‘Anderen’. Zo werd hun vereniging dan ook genoemd.

 

Het portret

 

In zijn bespreking van de vijfde tentoonstelling van de Onafhankelijken van werk van Laurens van Kuik, een leidende figuur van de vereniging, schrijft Canter:

 

 Hij heeft voor hij dit zelfportret teekende, wel een half jaar zich pasief opengesteld voor de overwegingen zijner onbewustheid. Dat is ene hele vreemde wijze van studeren, maar de kunstenaar der Idee is nu eenmaal niet een soort zeer geoefend, zeer bewust ambachtsman, doch een peinzer, die wacht op het zuivere ogenblik zijns levens, dat de geest vaardig over hem wordt’

 

Hij meent dat van Kuik, het echte geestelijke gelaat van de mens achter het masker zoekt en het mystieke en occulte portret wil afbeelden.[35] Dirk Mooij heeft misschien Johan Tielens ook dergelijke theorieën horen uitspreken gedurende de schilderslessen. Want in zijn latere mystieke werk verschijnt er een masker.

In dezelfde rubriek bespreekt Canter het Prometeus-drieluik van Tielens, waarop ‘de figuur van den God’ is weergegeven in een systeem van licht- en vlakverdelingen’. Hoe dit er precies uitzag weet ik niet. Het zal enigszins neigen naar abstractie. Dit werk hing ook op de solo expositie aan de Glashaven 20 in 1916.

Over het portret Schrijft Tielens in 1915 iets dergelijks als Canter eerder schreef. Hij wil het onveranderlijke in iemand vastleggen. Een foto of een willekeurig geschilderd portret is maar een fractie van een seconde uit iemands leven en drukt niets uit volgens hem. Tielens:

 

‘Ga eenvoudig tegenover een goed gelijkend portret zitten en gij zult gevoelen, dat gij vindt dat het steeds minder doet denken aan den persoon, dien ge kent. Gij gevoelt…dat het een caricatuur is…, een versteende wordt zonder ziel of geest.’

 

Verder moet, volgens hem de schilder ook de menselijke nieuwsgierigheid naar de psyche van de afgebeeldene bevredigen en een portret moet ook dat weergeven, wat de afgebeeldene op dat moment voelde of dacht. Tielens meent dat je uit een geschilderde portret moet kunnen afleiden of iemand op het platteland of in de drukke stad leeft. Hij geeft toe dat dit niet in één portret kan, maar dat er meerdere voor nodig zijn en dat het dan nog moeilijk zal slagen. Om de kijker te boeien, moet een werk ook een cadans van kleuren en lijnen bezitten, die de geest van de kijker a.h.w. hypnotiseert, ongeveer zoals gedurende de voordracht van een gedicht of de uitvoering van een muziekstuk.[36]

Bernard Canter is vol lof over bovenstaande werkwijze en geeft daarvan blijk in zijn bespreking van de vier portretten, waarop Laurens van Kuik is afgebeeld.[37] Tielens beeldt naast een goed gelijkend portret ook twee portretten uit van van Kuik als gelukzoeker in het stadsgedruis en een vierde in alleen vlakken en kleuren. Eerst- en laatstgenoemde werden afgebeeld in Holland Express[38] een derde portret in het stadgedruis hing op de zesde tentoonstelling te Amsterdam eind 1915. Op deze tentoonstelling waren nog vier andere werken te zien: ‘nocturne’ (opkomende maan), ‘nocturne ‘(avond in de stad), ‘carillon’ en ‘violiste’.  Bij alle werken staat de indruk van het afgebeeldene verwerkt in de psyche van de kunstenaar centraal en is verkregen d.m.v.  gestileerde kleurvlakken.[39] ‘Carillon’ zal in het stadhuis van Rotterdam worden verwerkt ter decoratie.[40]

 

Meer theosofie

 

De kern van de Theosofie is dat alle religies eigenlijk hetzelfde verkondigen en dat het doel van de evolutie is dat de mens zich ontwikkelt naar hogere onstoffelijke hoogten. Stichters van religies, zoals Boeddha, Jezus of Mohammed, zouden dan een hoger geestelijk vermogen hebben dan anderen. Meditatie is een methode om hoger te geraken. De rol van de kunstenaar is er een van een soort ziener. De kunstenaars van de Branding sluiten daar wel bij aan, zij meenden dat kunst, religie en filosofie mensen meer bewust moeten maken. Tielens exposeert ook in het ‘Huis der Zielekunst’  aan het Noordeinde 202 te Den Haag waar vanaf 1916 tot i.i.g. 1919 tentoonstellingen gehouden, waarbij altijd het afbeelden van ‘het onzichtbare’ of ‘astrale’ centraal stond. Tielens is er eenmaal met het schilderij, ‘De Jaargetijden’ vertegenwoordigd geweest. Toonaangevend daar was Albert A.Plasschaert, neef van een kunstcriticus, met bijna dezelfde naam, die probeert net zoals Tielens kleur-symphonieën te maken. Wie er het eerst mee begon is niet bekend. Daarover straks meer. Deze neef zou zich rond deze tijd zeer negatief uitlaten over Tielens’werk. Voor de eerder genoemde van Kuik, tevens lid van ‘de Anderen’, was zelfinkeer heel belangrijk, dit is ook een theosofische houding. Hij wil echter de zichtbare wereld zo veel mogelijk buiten sluiten, i.t.t. Tielens.

 

Intuïtie

 

… in ritmische natuurvormen of een romantische verwerking van de stad, zo kan men Tielens’ werk ook aanduiden. In 1916 exposeert hij solo vanaf ca. 10 mei t/m 10 juni een vijftigtal schilderijen en tekeningen bij Oldenzeel aan de Glashaven 20. Naast traditionelere studies van landschappen, stillevens en bloemstukken, hangen er ook meer abstracte werken. In de catalogus benadrukt Tielens dat deze werken meer d.m.v. intuïtie dan door impressie geïnspireerd zijn en stelt eerstgenoemde boven laatstgenoemde voor wat betreft de waarheidsbeleving van de kunstenaar zelf.[41] Er zijn een week later reeds vijf werken verkocht, w.o. het  drieluik ‘Prometheus’. Bernard Canter  besteed er weer aandacht aan en is positief over de abstractie en over het symboliseren van de gevoelens van de moderne mens in het genoemde drieluik. Hier zegt Canter:

 

‘Tielens geeft den Prometeus in blank licht verrijzend als het nieuwe ideaal van de theosofie en het Steinerianisme, naar zijn eigen (Tielens) opvatting.’  

 

In zijn artikel over kleuren haalt Tielens zelf Skrjabinsk aan, die een zeer door hem geprezen voorstelling heeft opgevoerd over Prometheus. Hij benadrukt dat het ritme zowel in klanken als in kleuren noodzakelijk is om de kijker te hypnotiseren.[42] Hierover later meer.

Tielens wil dat de moderne mens, naast de rationaliteit, de intuïtie en het spirituele niet vergeet.[43] Hij geloofde bijvoorbeeld ook dat  een mensenleven wel duizend jaar lang was. Hierin zie we de invloed van de antroposofie van Rudolph Steiner terug en de hindoestaanse religie.[44] Later zal Tielens zich weer laten inspireren door de figuur van Christus. Hij is niet dogmatisch beperkt. Het is immers een kenmerk van de theosofische levenshouding om open te staan voor verschillende religies. Op deze expositie hingen ook weer ‘de violiste’ en het  synthetische portret van Laurens van Kuik. In het werk ‘Pan en Nimf’ is evenzo als het eerder genoemde ‘Nimf’ de compositie bepaalt door wiskunde, in dit geval, de Gulden snede. Uit ‘het portret van Jantje’ moet volgens Canter blijken dat de achtergrond van een portret er ook toe doet. Verder worden geëxposeerd: Galop, Strijkje, kleur-vormstuk no 13 geïnspireerd op het carillon met rode kommavormige vlakken, die geluid en ritme uitdrukken en kleur-vormstuk no 67 geïnspireerd op een avondstraat, met een uitdrukking van ‘der Groszstadt’.  Alle werken zijn afbeeldingen van hoe het innerlijk het uiterlijk heeft verwerkt. Een verwerking van de moderne wereld. [45]  In de zelfde maand exposeert hij met Dirk Nijland, J.H. Weijns, Rassenfosse enz., in Huize van Hasselt,  met een doek Winter. Een onbekende krant bespreekt het werk. (N.R.C.) en  meldt:

 

‘Een rhytmische verbeelding van stadsachtergevels onder sneeuwdaken. Breed en gestrekt ligt de huizenmassa onder den starren winterhemel, enkel de schoorsteeenen in rijen op de daken vertellen van de warmte binnen, laten je in dezen tijd aan Sinterklaas denken en wat daaraan voor wintersche gezelligheid vastzit’[46]

 

Obreen verwijst later ook naar deze expositie en bespreekt zijn muzikale schildermethode. Over zijn overige werk is zij niet persé enthousiast, vanwege gebrek aan technische uitmuntendheid.

Theo van Doesburg schenk aandacht aan Tielens in zijn bespreking van de zevende jury vrije tentoonstelling in juli 1916[47] Hij prijst zijn gebruik van rond, groen en rood in het werk ‘zomer (nr 574), zijn compositie in ‘visioen van den herfst’ (nr. 575) en de tegenstellingen tussen beide in het stille en het vallende. Over ‘winter’ (nr. 576) en ‘lente’ (nr. 573) is hij niet lovend.[48] Hij was overigens niet positief over het artistieke niveau van de inrichting als van de werken. Hij houdt van een techniek die perfect is en het geestelijke benadrukt, door het stoffelijke, de doeken, de verf te laten opgaan in de werking van het kunstwerk. De sfeer in de zaal en veel werk vond hij niet daaraan voldoen. Te onverzorgd. Toch is het opbouwend bedoeld. Dat hij iets positiefs zegt over Tielens is dan ook opmerkelijk, maar niet verwonderlijk, ze waren immers ook goede bekenden of zelfs vrienden en richten zoals gezegd samen de groep ‘de Anderen’ op.

De laatste juryvrije tentoonstelling, die in de eerder vermelde Cahiers vermeld wordt is de negende. Naast de kritiek op de Rotterdamse elite vermeldt Canter toch nog dat  burgemeester Tellegen wel op de opening is geweest en zich heeft laten rondleiden door de 1e voorzitter Maurits de Groot. Twee van de 637 werken in uiteenlopende stijlen van 85 leden zijn van Tielens. 

 

Rotterdam en De Branding

 

De Branding is in september 1917 opgericht. Het is geen toeval dat dit enkele maanden is, na een schamper artikel in de Holland Express van dat jaar van Bernard Canter, dat Rotterdam niets te bieden heeft voor de jonge kunstenaar, waarbij hij verwijst naar de dominantie van de Witte de Withstraat en de betere keuzes van de amsterdamse elite, die wel initiatieven van jonge kunstenaars steunt, zoals de Onafhankelijken.[49] 

In tegenstelling tot de kunstenaarsgroep ‘De Stijl’ streefde deze groep geen uniforme stijlfilosofie na, er waren immers ook leden, die totaal anders werkten dan Tielens. De schilders van de Branding wilden net als de Onafhankelijken aandacht om te kunnen verkopen en kregen bij de bestaande kunstzalen dit te weinig naar hun zin, ondanks de aanwezigheid, sinds 1859, van de reeds genoemde ‘kunstzaal Oldenzeel’ aan de Glashaven 20, die in 1893 Vincent van Gogh introduceerde (na de Haagsche Kunstkring in 1892[50]) in 1898 een tweede eenmans-tentoonstelling wijdde aan Jan Toorop en in 1916 werk exposeerde in 1916 van Tielens.

 

Gezicht op de Leuvehaven met binnenvaartschepen en panden aan de Leuvehaven westzijde met links de Kleine Posthoornsteeg. Zeer waarschijnlijk is de tekening gemaakt vanuit het woonhuis van de familie Oldenzeel, Leuvehaven Oostzijde nr. 74. Jan Th. Toorop 1898, 48 x 62 cm

 

Het hele jaar door was er daar natuurlijk werk te zien en te koop, in maart 1916 bijvoorbeeld van Vincent van Gogh, Jozef Israëls, Mathijs Maris en J.H. Weissenbruch, maar dit zijn natuurlijk leden van een oudere generatie.[51] 

Daarnaast was er vanaf mei 1916 een koopman en kleermaker, de heer C.W. van Hasselt, die een deel van zijn woning aan de Schiedamsche singel 35 ter beschikking stelde en waar Tielens’ werk gelijk te zien was overigens.[52] Er was voor het overige te weinig gericht op hedendaagse kunst. Van verkoop aan musea was nog weinig sprake. Het huidige Boymans van Beuningen bestond nog niet. De kunstcollectie van F.J.O. Boymans was ondergebracht in het Schielandhuis en had geen afdeling moderne kunst. Pas in 1935 werd het huidige museum gebouwd. Een aankoopbeleid voor moderne kunst kwam pas daarna op gang. De lancune werd ook wel al enigszins opgevangen door de in 1893 opgerichte Rotterdamse Kunststichting, die in haar tentoonstellingen aandacht besteedde aan recente ontwikkelingen in de schilderkunst.

In Rotterdam exposeerden bij de Branding, onder anderen Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Marc Chagall, Paul Klee, Franz Marc en Diego M. Riviera, de Branding introduceerde Kurt Schwitters, Constantin Brancusi voor het eerst in Nederland.[53]

Leden van  De Branding waren volgens I.Boelema van mening dat kunst de taak had mensen meer bewust te maken van de diepere eenheid en de geestelijk achtergrond van het ondermaanse. Dit klinkt toch weer veel mooier dan alleen schilderijen verkopen.

 

Kleurmuziek

 

Typisch voor Tielens’ werken uit deze ‘Brandingperiode’ zijn de schilderijen waarin hij bewegingen van muziek- of geluidsgolven weergeeft. Deze werken, waarin hij de beeldmiddelen als lijn, kleur en vorm zelfstandig wilde gebruiken en de schilderkunst eenzelfde (abstracte) werking wilde geven als de muziek, noemde hij kleur-vormstukken of kleurmuziek. Of zoals hij zelf opmerkte’…klanken in kleur, voelbaar voor het oog als muziektonen voor het oor’.[54]  Zie ook mijn eerdere verwijzing naar de vergelijking tussen een componist en een

schilder.

 

Kleurmuziek I, gesigneerd J. Tielens rechts onder, ca 1917, Olieverf op doek, Abstracte compositie, Afmetingen 50 x 80 cm

 

Augusta Obreen schreef in de Elsevier in 1917 dat Tielens al vroeg “Neigingen naar het abstracte” vertoonde en nog voor de Italiaanse futuristen in Nederland te zien waren geweest in een soort gelijke stijl schilderde.[55] Daarnaast vermeldt zij dat hij  wel een bewonderaar is van ‘het ritme’, de orde van lijnen,  kleur en toon van Piet Mondriaan, maar dat hij de natuurvormen niet loslaat, zoals Mondriaan dat wel doet. De werken, die zij hierbij in zwart-wit afbeeldt, Maannacht en Regen, kleurmuziek vertonen vooral vloeiende lijnen. Maannacht laat een maan linksboven zien omgeven door lichte steeds groter wordende cirkels, als een soort uitstraling of de vormen die het water inneemt na te zijn beroerd. Het schilderij bezit turkooizen, lila, groene en blauwe tonen (kleuren) en drukt volgens haar vooral zijn verlangen naar rust uit. Turkooize gaat over in diep ultramarijn en in donker purperen en bruine schaduw. Het komt gesluierd over. Het schilderij Regen beeldt een landschap uit, waarbij de druppels vlakbij het gezicht ook worden weergegeven. Alleen vermeld en niet afgebeeld wordt verder een Nocturne van Chopin, waarin de ‘trots’ opkomende maan onder een sterrenhemel gezien vanaf een heuvel, wordt uitgedrukt door middel van zes half in elkaar geplaatste gebroken cirkels, gebruikmakend van ‘licht kobalt’, ‘sterk ultramarijn’, ‘dof zwart’ ‘met een vervloeiïng van rustig violet in purper’, zoals Obreen het uitdrukt. Tielens heeft de compositie kunnen maken geïnspireerd door genoemde muziek van Chopin, zo moet hij Obreen bekend hebben.

Zoals gezegd heeft Tielens zelf ook geschreven in ‘Holland Express’. [56] Over kleuren en klanken zegt hij dat deze een betekenis, hebben violet maakt bijvoorbeeld depressief en geel opgewonden. Maar ook meent hij of wilt hij dat een ritme van lijnen iemand kan hypnotiseren. Hij merkt er wel bij op, dat iemand daar wel open voor moet staan. (Kleurenleer van Goethe) De kleuren die hij gebruikt moeten gemotiveerd zijn door de betekenis die de theosofie en de antroposofie er aan geven, beschreven in het boek ‘Thougt forms’ uit 1901 van A.Besant en C.W.Leadbether, vertaald in het nederlands in 1903. Voor wat betreft de kleuren in een aura, geven paars en blauw een hogere geestelijke ontwikkeling, geel het verstandelijke en zwart, bruin en grijsgroen lagere gevoelens weer.[57] Dit geschrift introduceert ook de term kleur-vormstukken, die Tielens ook gebruikt. Naast al het genoemde heeft dit boek grote invloed gehad op het ontstaan van de abstracte kunst via kunstenaars als Tielens. Een ontwikkeling, die dus al in de negentiende eeuw begon en waarbij de betekenis van de Literatuur of het verhaal in de schilderkunst gaande weg minder belangrijk wordt, ten gunste van de muziek. Tielens liet daarbij het naturalisme echter nooit helemaal los. 

In De NRC van 17 december 1918 is de recensent van een expositie in de Kunstzaal Glashaven 20 negatief over zijn naturalisme, maar uitgesproken positief is deze als Tielens ploetert en vecht om zijn ‘dromerijen en fantazieën’ in gestileerde lijnen en zachte en in elkaar overvloeiende gelen, groenen en blauwen uit te drukken. Het doet de schrijver denken aan een verhulling door nevel, damp of een lichte zonneglans en looft zijn individualisme.[58]

Ook voor wat betreft de kleurmuziek heeft Tielens dus voorgangers. Audition colorée of het horen van kleuren in muziek is een vorm van synesthesie. Synesthesie is het verschijnsel waarbij een stimulus in het ene zintuig wordt ontvangen en in een andere een gewaarwording oproept.[59] De term `synesthesie' komt van het Griekse syn (samen) en aisthesis (waarnemen). Andere voorbeelden hiervan zijn dat mensen een innerlijk kleurgevoel kunnen ervaren of een textuur kunnen voelen bij het proeven van gerechten of warme en koude kleuren kunne onderscheiden.[60] De belangstelling voor deze audition colorée, gaat terug tot de oudheid.

Pythagoras ontdekte de mathematische orde van muzikale harmonie, door de afstanden van snaren te relateren aan opeenvolgende octaven. Antieke wijsgeren gingen zich afvragen of klankkleur (timbre) een fysieke eigenschap was van muziek zoals toonhoogte dat is. Ook werd het idee geopperd dat kleuren en klanken in het universum volgens mathematische wetten gekoppeld waren. Dat is weer een stap verder. Ook de integratie tussen de verschillende kunsten wordt vanaf de zestiende eeuw reeds bestudeerd en wordt in 1817 beschreven met de term ‘paragone’.[61] In 1857 probeert de dichter Baudelaire in zijn Correspondances het oneindige tot uitdrukking te brengen in het eindige.[62] Dit sonnet handelt o.a. over de verschillende effecten die verschillende kunstvormen kunnen hebben, maar ook op overeenkomsten tussen geuren, kleuren en klanken. Dit leidde toen al tot een soort synesthetische mode en in de loop der decennia ook tot de opname van dit gedachtegoed in de theosofie en zo weer tot een beïnvloeding van schilders als Mondriaan en van Doesburg, denk aan de Boogie-Woogie.

Cretien van Kampen merkt  in een artikel in ‘Psychologie & Maatschappij’ in 1996 op dat in de periode 1880-1930 verschillende wetenschappelijk disciplines tegelijkertijd veel meer belangstelling toonden voor aan synesthesie gerelateerde onderwerpen. Kunstenaars van het Symbolisme en de vroege abstracte kunst toonden belangstelling voor de integratie van alle zintuigen in de beleving van een Gesamtkunstwerk, terwijl er een hausse aan psychologische publicaties handelde over synesthesie. Mogelijk onderhielden kunstenaars ook contacten met psychologen, maar logischer is de verklaring dat alle mensen aan dezelfde invloed bloot staan en dat afhankelijk van iemands achtergrond, hij dit verwerkt in wetenschap of kunststudie. Een stroom aan uitvindingen veranderden de wereld zichtbaar, dit lokte dus weer bovengenoemde intellectuele reacties uit.

Aan de kant van de kunstenaars werd de vraag gesteld of de beeldende en muzikale kunsten gescheiden disciplines zijn, die zich richten op afzonderlijk waargenomen visuele en auditieve stimuli of dat deze disciplines onderdeel uitmaken van een groter geheel, waardoor het mogelijk wordt dat de kunsten zich verenigen in het ideaal van het Gesamtkunstwerk.

Musici experimenteerden met kleurenorgels, waarbij al naar de techniek zich ontwikkelde de resultaten beter waren. In 1893 patenteert ene Rimington een kleurorgel, waarbij met olielampen effecten worden bereikt, om tonen in kleuren weer te geven op basis van de keuze van de bespeler. De Russische componist Skrjabin experimenteerde in de jaren 1911-1914 met andere versies van zo’n kleurorgel en schreef er speciale muziek voor, zoals  ‘Prométhée, poème du feu’. Hij ging daarbij niet meer uit van toon-kleur correspondenties maar van toonaard-kleur correspondenties, zodat de beleving wat rustiger werd.

De symbolistische schilders uit de negentiende eeuw experimenteerde ook met synesthesie tussen muziek en kleur.[63] Er wordt gesproken van een traditie van muzikale schilderijen.[64] Immers naast genoemde idee van een integratie van alle zinnen, werd door hen de muziek als de hoogste trap van de kunsten gezien, vanwege de immateriële of ideële vorm die het heeft. Men luisterde naar muziek tijdens het schilderen, zoals Tielens, maar ook Delacroix bijvoorbeeld floot tijdens het schilderen om zo in de juiste stemming te geraken of men probeerde synesthetische vuistregels op te stellen voor het schilderen. De proto-symbolist Van Gogh bijvoorbeeld nam in 1885 pianoles, om zodoende de nuances van klankkleur te ontdekken. Zijn leraar kon daarvoor overigens geen geduld opbrengen. De kleuren, die genoemd werden door van Gogh’s leerling A.Kerssenmaker in diens brieven over deze anekdote, waren pruisisch blauw, donkergroen, donkeroker tot en met cadmium-geel.[65] Er zijn blijkbaar geen geschriften bekend, waaruit blijk, dat hij ze heeft gekoppeld aan een toon. Andere schilders van deze generatie, die op enigerlei wijze bezig waren met de intergratie van muziek en kunst waren Whistler, Paul Gaugin, Paul Serusier en Maurice Denis. Serusier stelt zelfs een ‘ABC de la Peinture’ op waarin hij do met rood, mi met geel en sol met blauw of groen en do een octaaf hoger met helder rood of roze. 

De volgende generatie, die ongeveer in het midden van de 19e eeuw werd geboren gaat hiermee verder. In Nederland o.a. Janus de Winter, Jan Toorop en Johan Tielens. Jan Toorop maakt vanaf 1890 werk waarin veel evenwijdige lijnen als een ornamentaal spel voorkomen, zie afbeelding van Leuvehaven van Toorop uit 1898 hiervoor. Blijkens zijn artikel in de Holland Express van 1915 kent Tielens de almanak van Der Blaue Reiter, waarin de ideeën van genoemde Skrjabin verwoord zijn door Wassily Kandinsky en Franz Marc. Hij  vergelijkt blauw met het geluid van een cello, diepblauw met een orgel en lichtblauw met een fluit. Dat is ook een benadering. In eerder genoemd artikel legt Tielens naast een verband tussen toon en kleur ook een verband tussen compositie en lijn en combineert dit tot lijnen in een kleur, die de toonhoogte zouden moeten aangeven. De kleur zelf bepaalt het instrument. Uit bovenstaande afbeelding, mag u proberen te ervaren welke niet bestaande compositie is uitgebeeld. 

De Utrechtse schilder Janus de Winter beschrijft op verzoek van de para-psycholoog Ten Haeff uitvoerig zijn kleurervaringen: `Trombones, horens, trompetten variëren van rood over oranje naar geel; hobo's clarinetten en fluiten van donkerbruin over olijfgroen en donkergroen naar licht geel-groen; cello's van rood of bruinviolet tot blauw en purper; violen kunnen alle kleuren uitdrukken, die dan altijd gemengd zijn met zilveren grijs. Volgens hem werkt Beethoven veel met rood, maar ook met purper, violet en prachtig groen, zilver en grijs, terwijl Chopin duistere kleuren oproept.' [66] Er is dus geen eenduidigheid voor wat betreft de kleur van de tonen van een fluit. Tot  zover de aandacht voor de muziek.

Het gedachtegoed van de Franse Symbolisten heeft zich  naast genoemde bronnen op meerdere manieren verspreid naar Nederland. In dit kader noemt van Uitert de in 1891-1892 opgerichte Haagsche Kunstkring, die Toorop mede oprichtte en die daar natuurlijk veel kwam, als plek, waar deze ideeën zich verbreiden.[67] Maar al eerder houden de kranten de Nederlanders op de hoogte, via correspondenten als, Johan de Meester, vanaf 1886 in Parijs en Jan Veth, Eerstgenoemde heeft contact met zowel Vincent als Theo van Gogh en Veth brengt Jacob Meyer de Haan rond 1888 in Frankrijk in contact met Paul Gaugin. In 1891 gaat Jan Verkade,, zoon van een Zaanse koekjesfabrikant naar Parijs en ontmoet daar door tussenkomst van Meyer de Haan, Paul Gaugin en sluit zich aan bij de Nabis. Eind 1891 gaat hij weer terug naar Amsterdam en ontvangt Paul Sérusier thuis. Maar ook Jo van Gogh-Bonger de weduwe van Theo van Gogh ontvangt in 1893 Jan Verkade weer thuis.[68] Zij neemt blijkbaar de promotie o.a. van Vincent ter hand. Er is dus sprake van een netwerk van contacten van journalisten, kunstenaars, kunsthandelaars en financieel onafhankelijken.

Overigens is het aardig in dit kader op te merken, dat Jan Verkade ook een tijd theosoof was en later een tijd bij zijn zwager Jan Voerman in de natuur bij Hattem ging wonen, waar in 1951 diens zoon Paul Voerman samen met de antroposofische kunsthandelaar amateur-schilder Dirk Mooij en leerling van Tielens een camping zou starten. Dirk is een zoon van een loodgieter, die als kind tegenover de fraaie Zuiderkerk woonde en waar vlakbij kunstzaal Glashaven 20 was gevestigd, waar veel van de in dit boekje genoemde kunstenaars toen in zijn jeugd exposeerden. Is hier nu sprake van toeval of lotsbestemming, naast het goed onderhouden van een netwerk. Dirk zelf geloofde sterk in een vaststaand lot. Jan Verkade zou uiteindelijk in een klooster treden. De katholieke kerk is bij uitstek de plek waar symboliek thuis hoort natuurlijk en de kathedraal is ook een soort Gesamtkunstwerk, vooral tijdens een dienst met veel gezang en uitzicht op de glas in lood ramen en de beeldhouwwerken.

Beiden proberen de theorieën om te zetten in concrete daden in de realiteit, Dirk gaat daadwerkelijk terug naar de natuur en Jan Verkade gaat daadwerkelijk terug naar de kerk met zijn symbolen i.p.v. in een kunstwereld te hangen.

Zoals vermeld hebben psychologen ook studies gedaan naar synesthesie. De vuistregels van de kunstenaars kunnen als individuele equivalenten beschouwd worden van de perceptuele schema's die psychologen in dezelfde tijd op basis van meerdere observaties poogden vast te stellen. Voor de kunstenaars komt het er bij allemaal op neer dat men zoekt naar de weergave van een kleur die past bij muziek. Dit is tot in onze tijd doorgegaan. Van vloeistof dia’s uit de jaren zestig, tot de volume-streepjes van de muziekinstallatie uit de jaren zeventig. En wie in bezit is van een PC met een Windows Media Player, kan zijn CD muziek, doen laten begeleiden van bewegende kleurenbeelden. Tielens was in dit dus niet een solistische visionair, maar stond in een ontwikkeling, die al in de negentiende eeuw begon. Terugkerend naar de aard van Tielens werk, zou ik willen zeggen dat de vloeiende kleuren zijn als de muziek, die ook vloeit, zoals een orkest.

 

De competitie met de techniek

 

De eerste wereldoorlog woede in europa van 1914 tot 1918, maar Nederland bleef neutraal. De soldaten ontvingen geen oproep en dus ook de kunstenaars konden thuis blijven. Het geruis en het kabaal was er wel maar ver weg. In Nederland misschien blijft het begin van de twintigste eeuw, meer een periode in de geschiedenis van hoop op een betere wereld. De negentiende eeuw kende grote economische, technische en sociale veranderingen. Kunst, vanouds elitair, maar door de emancipatie van velen, zoals arbeiders, vrouwen en slaven, natuurlijk ook beïnvloed. Dirk Mooij een leerling van Tielens was zoon van een loodgietersknecht, maar ontwikkelde zich tot een goede amateur kunstschilder en ondernemer. Visie op een nieuw leven leek belangrijk geworden Ook de ontdekking van de abstractie in deze periode als middel om zich te uiten leverde een grote vrijheid op, maar niet voor iedereen.[69] 

Daarnaast is er de uitvinding van de fotografie, reeds in de eerste helft van de negentiende eeuw, die er voor gezorgd heeft, dat een plaatje makkelijk te maken werd, maar dat de artisticiteit van een schilderij benadrukt moest worden om zich zodoende af te zetten tegen deze fotografie, om meer te zijn dan een plaatje. Vooralsnog had een schilderij altijd nog een meerwaarde vanwege de kleur en de uniciteit.

Maar de kunstenaar deed, als iedere stedeling, zelf in de stad en in die wereld ook veel meer indrukken op dan vroeger, die wel moesten leiden tot een ander soort werk dan hun voorgangers van de Haagsche School bijvoorbeeld. Men idealiseert of verwerkte de moderniteit positief of men idealiseerde de natuur. Tielens is niet duidelijk in te delen, maar neigt toch meer naar laatstgenoemde. Bernard Canter bespreekt in 1916 een groepstentoonstelling in de Glashaven 20, direct volgend op de reeds genoemde succesvolle tentoonstelling aldaar van Tielens. Hij looft de kopers van moderne kunst uit de voorname kringen en meent dat de periode van de zuivelschilders en het materialistische impressionisme ten einde is.[70]  Het publiek en de koper veranderen ook, staan aan dezelfde ontwikkeling bloot.

De thematiek van zijn werk, sluit ook aan bij de thematiek van de tijd. Prometheus heeft de kennis van het vuur onder de mensen gebracht en dat is blijkbaar niet iets positiefs, waarin weer kritiek op de technische ontwikkelingen is terug te vinden.

 

De Kunstwereld

 

Tielens stond in die jaren voordat hij Dirk les ging geven dus volop in de kunstwereld van toen. Naast alle genoemden stond hij ook in contact met Henk Chabot (1894-1949). Via hem verkocht hij  begin jaren twintig werk aan de verzamelaar Kees Schortemeijer (1894-1979). De houtsnede ‘Grote markt in Rotterdam’ is geëxposeerd geweest op de tentoonstelling ‘Henk Chabot en tijdgenoten’ in het Het Chabot Museum t/m 19-3-2006. Daar werd een overzicht gegeven van vroeg werk van kunstenaars uit de zogenaamde ‘harde kern’ van de collectie Schortemeijer, geschonken aan het museum. Genoemd werk is in hun bezit.[71]

 

Terug naar Naturalisme?

 

Bernard Canter schreef in 1918 over een tentoonstelling van Tielens:

 

‘Ze zijn in vele stijlen, futuristisch, cubistisch, rhytmisch, impressionistisch, soms pogingen om die verschillende stijlen tot eenheid te brengen.’[72]

 

Veelzijdigheid is dus ook een kenmerk. De gestileerde winterlandschappen, stadgezichten of jaargetijden uit 1916 zijn weer heel anders dan de Maannacht en Kleurmuziek zoals afgebeeld in de Elsevier in 1917, ook anders als hierboven afgebeelde Kleurmuziek, weer anders als potloodtekeningen van rond 1920 van de Hillegondakerk en ook weer als de ‘Christusschilderijen’ van 1921,  afgebeeld in Eigen Haard.

 

Gezicht op de Hillegonda-kerk, vanaf de Molensloot,

1918-1922[73], roze is het hogere inzicht

 

Gezicht over de Bergseplas, J.Tielens, 1918-1922[74], bruin is oer of basis

 

Naast schilder van landschappen, bomen, bloemen enz., maakte hij dus experimenteel abstract werk zoals de 'kleurmuziek', maar ook werk in kubistische trant, zoals zijn zelfportret uit afgebeeld in Holland Express 27-5-1914. Doordat hij via zijn werk uitdrukking wil geven aan zijn antroposofische overtuiging, kan zijn werk ook expressionistisch genoemd worden.[75]

In de loop van de jaren twintig wordt zijn werk weer figuratiever en verliest het zijn experimentele karakter. Ook maakten donkere kleuren plaats voor pasteltinten.[76] Opgemerkt moet worden dat, bovenstaande werken dan wel naar de natuur zijn, maar ook niet strikt fotorealistisch zijn. Er is wat mee gebeurd er is bijvoorbeeld een stilering ingebracht of er is een plaatje in een stijl weergegeven. De kleuren zijn ook antroposofisch. Critici zijn echter niet positief over zijn figuratieve en realistische werken, zoals Augusta Obreen in de Elsevier in 1917, de NRC van 17-12-1918, Johan Huijts in de Eigen Haard in jan. 1921 of een recensent in 1926 n.a.v. een tentoonstelling met Agnes Canta. Men vindt ze niet mooi, niet af of niet overtuigend. Misschien schrijft men dit van elkaar over, want in 1949 keert dezelfde kritiek weer terug. Indien zij soortgelijke als hier genoemde en afgebeelde werken bedoelen, ben ik het oneens met hen, hoewel zij vooral spreken over schilderijen i.p.v. tekeningen.

 

Goetheanum in Zwitersland (afb Belgische Site over Antroposofie)

 

Christendom

 

Tielens was naast antroposoof en theosoof ook christen [77] Naast de abstractie van de kleur, hield hij ook van bijbelse, mythologische en literaire onderwerpen.[78] De christelijke inspiratie komt in deze periode tot uiting in de Christus-schilderijen. Net zoals de serie portretten van Laurens van Kuik heeft hij meerdere afbeeldingen nodig om een verhaal te kunnen vertellen, zoals in de triptiek Gethsemane, Gerkruisigd en Opstanding. In die tijd  kende vrijwel iedereen het verhaal van de bijbel, het heeft dus en totaal andere bedoeling dan een bijbelvertelling voor de ongeletterden. Hier uit de kunstenaar zijn persoonlijke geloofsbeleving, hij laat zich helemaal meevoeren met het verhaal en probeert het weer te geven. Voor Tielens sloot dit aan bij zijn genoemde ruimere geloofsopvatting in de Antroposofie en de Theosofie, maar een christelijk blad als ‘De Eigen Haard’  besteedt er twee pagina’s aandacht aan en Johan Huijts, de schrijver is blij met zijn ‘diepen ernst’. Dit is opvallend, want normaal verdragen Antroposofie, Theosofie en bijvoorbeeld de hervormde kerk zich niet zo goed, gezien de oproep rond 1931 van een dominee in Rotterdam aan Dirk Mooij, een leerling van hem vanaf circa 1925-1930, om te stoppen met zijn activiteiten voor de Christengemeenschap en de Goethe-groep, beide nauw verbonden met de Antroposofische vereniging.[79] Misschien was Eigen Haard iets ruimer van opvatting of misschien was de Rotterdamse dominee erg beperkt en zag hij daar een bedreiging in. In alle gevallen, gaat het om onschuldige kunst, discussie en persoonlijke geloofsbeleving. Dirk Mooij zou als reactie niet meer naar de kerk gaan en ging wel gewoon door met genoemde activiteiten en bleef zijn hele leven onder de invloed van de antroposofie, Tielens ook.

Tielens’ ‘christelijke’ werk kenmerkt zich door het gebruik van lichte kleuren en aureolen, zoals in het schilderij ‘Zijn ster’, waarbij de drie koningen naast elkaar stil staand opkijken naar de grote uitbundige ster boven aan het doek. De tonen in het werk zijn echter dermate gelijk, dat het zich maar moeilijk in zwart-wit fotografie en druk laat vastleggen. De kleurverschillen zijn er wel degelijk, maar alleen zichtbaar van het schilderij zelf of in hoogwaardige kleurendruk. Onder verwijzing naar wat ik eerder zei over de techniek. Zou men hier kunnen zeggen, dat de kunstenaar hier nog wint van de techniek, deze ver vooruit is en beter presteert.

 

Naturalisme, stilte en religiositeit

 

In september 1926 exposeert hij twee weken samen met Agnes Canta in de Rotterdamsche Kunstkring. In de catalogus voor een tentoonstelling in de Bijenkorf in circa 1932 wordt een tekst geciteerd, die eerstgenoemde expositie bespreekt. Er hangen enkele landschappen met sterrenrijke hemel, een heuvelrijk landschap waar het sneeuwt (vergelijk regen kleurmuziek) en een ‘sterrenhemel boven de stad’ (Orion), waarbij de stad onderaan het doek eenvoudig en geometrisch is aangeduid. De schrijver vindt deze werken krachtig en ‘juist van stemming’ in tegenstelling tot de uitdrukking van figuren. Hij noemt hem een romanticus, omdat Tielens zijn zielstemming over de beleefde natuur weergeeft. De Post-symbolisten, baseren zich op de Symbolisten, die zich weer ontwikkelden uit de Romantiek, dus dit kan wel kloppen. Het is ook inderdaad zo, dat Tielens de natuur, de sneeuw en de sterrenhemel hier meer aandacht schenkt dan de daken en de steden. Daar waar Mondriaan New York bejubelt, daar eert Tielens de natuur.

Achterin bij de vermelding van al zijn werken is de lijst opgenomen van de werken, die hier te zien zijn geweest en wat hun prijs was. De prijs varieerde van fl. 120,-  tot fl. 1200,- voor schilderijen en twee houtsnedes waren fl. 30,- en fl. 40.-.  Vier werken staan aangekruist, waarmee mogelijk bedoelt wordt, dat ze zijn verkocht, het betreft: ‘wintermorgen’, ‘winternacht’, ‘sneeuwdag van wit tot paars en ‘het groene landschap’. Sommige werken staan aangeduid als in eigendom van iemand, mogelijk van hemzelf, dit zijn: ‘stadsnacht’, ‘zijn ster’, ‘drieeenheid’, ‘Michael en de draak’ en ‘witte geit’. Uit de naamgeving blijkt al dat zijn periode van de kleurmuziek voorbij is, maar de christelijke inspiratie nog lang niet, hoewel ‘zijn ster’, ‘madonna met het kind’ en ‘christus’ al minimaal vijf jaar geleden geschilderd zijn. Naturalisme, stilte en religiositeit domineren nu de thematiek. Toch vond hij zichzelf wel een moderne schilder, want in 1933 werd hij voorzitter van de nieuwe door … als progressief betitelde kunstenaarsvereniging R33.[80]

In Maart 1934 exposeert hij in Kunstzaal ’t Center te Den Haag. In de NRC wordt de expositie besproken. De recensent beschrijft de periode van 1915 tot 1926 als een waar hij zich ontwikkelde, om uiteindelijk te stabiliseren.[81] Er wordt geschreven bij een toelichting op de opening, dat hij zich heeft bezig gehouden met kubisme, futurisme, wiskunde, de vierde dimensie, de gulden snede, zoals ook anderen eerder rond de eeuwwisseling hadden gedaan. Na de abstractie van de kleurmuziek is hij niet weer helemaal terug gekeerd naar realisme. Volgens de schrijver heeft Tielens genoemde stijlen en ‘kunsttechnieken’ altijd bewust gebruikt om een ‘aandoening, verbeelding, gedachte of verschijnsel’ weer te geven in kleur. Voor deze expositie waar schilderijen, houtsneden en aquarellen te zien waren vond hij dit ook gelden. Ook hij noemt sommige oudere werken, ‘plastisch zwak’ en bekritiseert de behandeling van de materie en de verf, indien de beleving van het geestelijke dit stoort. Toch vindt de recensent het werk overtuigend als uitdrukking van een religieus karakter of geestelijke waarden, waarbij hij naast ‘de mensch’ en ‘çhristuskop met doornenkroon’ ook aquarellen van verbeeldingen van bloemen als voorbeeld noemt. In al het werk zit zijn karakter. Natuurlijk zit hem dit in zijn antroposofische overtuiging. Op deze expositie hingen verder ook, ‘Ahriman’,  ‘Lucifer’,  ‘die vier grauen Weiber’ van Goethe uit Faust II, zijnde, Nood, Gebrek, Schuld en Zorg, naast ‘bedelvrouwtje’ en werken waarop blijkbaar een madonna stond afgebeeld, enkele aquarellen en houtsneden van bloemen en een werk waarop een jong meisje of bruid staat afgebeeld. Ondanks de technische tekortkomingen was de schrijver hier dus positief. Dat kon echter ook wel eens anders zijn, zo blijkt uit een andere recensie.

Het stoort de recensent Albert C.A. Plasschaert, in de Groene Amsterdammer van 17 maart 1934 als hij dezelfde tentoonstelling in Kunstzaal ’t Center bespreekt, dat Tielens niet in staat is het ongewone achter het gewone te laten zien, omdat hij het zelf niet gelooft, maar puur rationeel bekijkt. Hij vindt dus dat Tielens net doet alsof hij de wereld beschouwt als verhuld of als gemaskerd, dus net doet alsof er meer is achter de realiteit en dat hij diep van binnen of ‘na middernacht’ dit inziet, terwijl het werk alleen maar decoratief en zwak is, aldus Plasschaert. Zijn werk levert dus geen verbazing op over een verborgen werkelijkheid achter het afgebeeldene. Hij vindt het verstard en niet krachtig en dat alleen een wonder dit kan veranderen. Plasschaert is duidelijk op de hoogte van de inspiratiebron van Tielens, zoals ik die al eerder besprak. Misschien zag hij hem als een concurrent van zijn neef, binnen de Branding.

Het heeft Tielens niet gestoord denk ik. Hij bleef gewoon exposeren ook voor de Onafhankelijken, zoals op de Jubileumtentoonstelling in 1937.  In de tekst onderstreept hij nog eens het belang van juryvrije-tentoonstellingen, waarbij hij maar wil zeggen, dat de kijker of de koper uitmaakt wat hij wil hebben, niet de recensent of een jury. In hetzelfde jaar verscheen er een boekje,’de Dans als kunst’, geschreven door Johannes Tielens. Er zal hier waarschijnlijk aandacht worden geschonken aan de Euritmie van Rudolf Steiner. Zoals gezegd een veelzijdig man.

 

Landschappen op de Veluwe

 

Het Atelier van Tielens is op 14 mei 1940 gebombardeerd. Al zijn niet verkochte werk, overig werk, aantekeningen, theoretische geschriften, krantenknipsels, catalogi, literatuur en administratie e.d. daar aanwezig gingen verloren door brand.[82] Ook mogelijke gegevens over leerlingschappen, anders dan de in Scheen genoemde A.J.E. van Stolk. 

In de periode hierna maakte hij dat weg kwam. Zo’n verlies is niet makkelijk. Hij heeft acht jaar dichtbij en in de natuur gewerkt in Voorthuizen bij Barneveld. Als Mak van Waay zijn boek aan het samenstellen is, schrijft Tielens hem, dat landschappen, maannachten, religieuze onderwerpen, bloemen en fantasieën zijn onderwerpen zijn. Zijn credo is dan, ‘Kunst is scheppen, niet nabootsen’. Hij wil ook dat de kleur en de vorm de toeschouwer beïnvloeden.[83] Deze thema’s zijn echter al in 1915 aanwezig en niet kenmerkend voor een nieuwe periode.

Een olieverfschilderij van een heuvelachtig landschap in omgeving van Voorthuizen en Barneveld[84] is mogelijk na zijn abstracte periode gemaakt en is dateert vermoedelijk uit de periode dat hij op de Veluwe vertoefde tussen 1940 en 1948. Dirk Mooij heeft zoals gezegd mogelijk dit voorbeeld gevolgd en heeft in 1951 in Hattem gewoond. Dirk heeft kort na de oorlog in Brabant bij Loon op Zand en in 1960 te Hilvarenbeek ook tekeningen gemaakt, geleijkend op genoemd schilderij. Als hij terugkeert naar Rotterdam op 2 maart 1948, gaat hij wonen aan de Lisstraat 57a. Hij staat dan nog steeds geregistreerd als lid van de Antroposofische Vereniging. Op 29 mei 1949, is hij 80 jaar geworden en in juni 1949 wordt hij geëerd met een eretentoonstelling in het Schielandhuis, dat ook een overzichtstentoonstelling genoemd mag worden, want er hangen werken, waarbij de titel sterk doet denken aan de periode van de kleurmuziek. Een recensent van de Volkskrant schrijft Plasschaert over als hij zijn werk te verstandelijk noemt en volgt ook veel voorgaanden als hij schrijft dat zijn natuur-impressies en zijn fantasieën zijn beste kant zijn. Tenslotte overlijdt hij op 88-jarige leeftijd.

 

Overzicht alle bekende werken

 

Gedateerd:

De bruid, gesigneerd J. Tielens rechts onder, olieverf op doek, afmetingen 73 x 58 cm, ca. 1910-1915, echter vermeld als uit periode van de Branding 1917-1926, door

http://www.mmp-obec.nl/kunst/fwelkenhuysen/getObject.aspx?receiverid=4901

Groot portret van een dame, vermeld Holland Express 27-5-1914, te zien derde tentoonstelling Onafhankelijken Amsterdam

Futuristisch carnavalesk feest, vermeld Holland Express 27-5-1914, te zien derde tentoonstelling Onafhankelijken Amsterdam

De nimf, afgebeeld Holland Express 27-5-1914, te zien derde tentoonstelling Onafhankelijken Amsterdam

Zelfportret, afgebeeld Holland Express 27-5-1914

Chrysanten, afgebeeld Holland Express 27-5-1914

Aan de bron, afgebeeld Holland Express 27-5-1914, olieverf op doek, 44 x 35.5 cm., gesigneerd, verkocht door Sotheby's Amsterdam, 10-4-1989 [Lot 97], ‘Modern and Contemporary Art’ [www.artnet.com].

Eva, vermeld in NRC 17-3-1934 als vóór 1915 met hyper- en parabolische lijnen

Prometeus-drieluik, vermeld Holland Express 2-6-1915, verkocht voorjaar 1916, Glashaven 20

Serie van vier portretten van Laurens van Kuik, vermeld 14-8-1915 Holland Express, vier vermeld en twee afgebeeld 10-11-1915 Holland Express, een te zien op zesde tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam 11-1915, een Glashaven 20 5/6 1916

Nocturne (opkomende maan) vermeld 10-11-1915 Holland Express, te zien op zesde tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam 11-1915

Nocturne (avond in de stad) vermeld 10-11-1915 Holland Express, te zien op zesde tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam 11-1915

Carillon vermeld 10-11-1915 Holland Express, te zien op zesde tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam 11-1915

Violiste vermeld 10-11-1915, 31-5-1916 Holland Express,  te zien op zesde tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam 11-1915 en Glashaven 20 5/6 1916

Carillion als opdracht voor het stadhuis van Rotterdam

‘De Jaargetijden’, schilderij, ca. 1916-1919, te zien Huis der Zielekunst, Den Haag, vermeld in Kunstenaren der Idee 1978, p.31

Pan en Nimf vermeld Holland Express 31-5-1916, te zien Glashaven 20 5/6 1916

Portret van Jantje Holland Express 31-5-1916, te zien Glashaven 20 5/6 1916

Galop vermeld Holland Express 31-5-1916, te zien Glashaven 20 5/6 1916

Strijkje vermeld Holland Express 31-5-1916, te zien Glashaven 20 5/6 1916

Winter, vermeld NRC, te zien in Huize van Hasselt , opgave Joh. Tielens mei 1916

Kleur-vormstuk no 13 geïnspireerd op het carillon vermeld Holland Express 31-5-1916, te zien Glashaven 20 5/6 1916

Kleur-vormstuk no 67 geïnspireerd op een avondstraat vermeld Holland Express 31-5-1916, te zien Glashaven 20 5/6 1916

Zomer, vermeld 8-7-1916 Holland Express, te zien op de zevende tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam

Visioen van den herfst, vermeld 8-7-1916 Holland Express,  te zien op de zevende tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam

Winter, vermeld 8-7-1916 Holland Express,  te zien op de zevende tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam

Lente, vermeld 8-7-1916 Holland Express,  te zien op de zevende tentoonstelling Onafhankelijken te Amsterdam

Kleurmuziek I, gesigneerd J. Tielens r.o. , ca 1917, olieverf op doek, abstracte compositie, Afmetingen 50 x 80 cm, van http://www.mmp-obec.nl/kunst/fwelkenhuysen/getObject.aspx?receiverid=4901

Maannacht, vermeld en afgebeeld Elsevier  jan-jul 1917, p. 322-324

Regen, kleurmuziek, vermeld en afgebeeld Elsevier jan-jul 1917, p. 322-324,  NRC 17-12-1918

Nocturne van Chopin, vermeld Elsevier  jan-jul 1917, p. 322-324

Gethsemané-Golgotha en Opstanding, triptiek , schilderij, vermeld  NRC 17-12-1918 en Eigen Haard jan. 1921 p.4  en te zien Glashaven 20 december 1918

Nocturne*[85], vermeld  NRC 17-12-1918 en te zien Glashaven 20 december 1918

Maneschijn*, vermeld  NRC 17-12-1918 en te zien Glashaven 20 december 1918

Regendruppel*,  vermeld  NRC 17-12-1918 en te zien Glashaven 20 december 1918

Meisje in jurkje, als nr . 47 vermeld in NRC 17-12-1918 en te zien Glashaven 20 december 1918

Bloemenvaas, als nr . 26 vermeld in NRC 17-12-1918 en te zien Glashaven 20 december 1918

Bloemenvaas, als nr . 36 vermeld in NRC 17-12-1918 en te zien Glashaven 20 december 1918

Gezicht over de Bergseplas, tekening, 1918-1922, reproductie in collectie G.A.R.

cat. XXXI 176.01.03, Reproductie CD 85-2

Gezicht op de Hillegonda-kerk, vanaf de Molensloot. 1918-1922, reproductie in collectie G.A.R. cat. XXXI 211.04 Reproductie: CD 85-25

Grote markt in Rotterdam, houtsnede,  ca. 1920, verkocht begin jaren twintig aan verzamelaar Kees Schortemeijer (1894-1979), later geëxposeerd ‘Henk Chabot en tijdgenoten’ in het Het Chabot Museum 2005  t/m 19-3-2006

Madonna met het kind, vermeld in Eigen Haard januari 1921 (47) p.3-4

Het heilig kind, vermeld in Eigen Haard januari 1921 (47) p. 4

34 Zijn ster, vermeld en afgebeeld in Eigen Haard januari 1921 (47) p.3-4 (eigendom 1926)

51 Christus, vermeld in Eigen Haard januari 1921 (47) p.3-4 en in Scheen, fl.900.- (1926)

Prijslijst Rotterdamsche Kunstkring 12/26 september 1926:

Onderstaande genummerde werken zijn i.i.g. vervaardigd vóór 12-9-1926, indien eerder vermeld in literatuur, dan staan ze hoger in de lijst met het nummer van deze lijst;  () zijn authentiek, overige  aanvullingen zijn van mij wat betreft vermelding later

30 Maan boven huizen*, fl.400,-

31 Stadsnacht* (eigendom)

32 Nachtcactus, fl. 300,-

33 “De heer is opgestaan”, fl.1200,-

35 Betlehem’s stal, fl.800,- 

36 Orion* (sterren boven stad), als ’sterrenhemel boven de stad’ vermeld in Catalogus Bijenkorf ca. 1932, id. als handgeschreven tekst uit 1926 in persmap van RKD, fl.400,- 

37 Christus openbaart zich aan Maria, vermeld in Scheen, fl.1200,-

38 t/m 43 Goethe’s sprookje uit de schoone lelie en de groene slang, kort vermeld in Scheen, zes werken van resp.: fl.700,-, fl.1200,-, fl.400,-, fl.600,- en fl.600,- .

44 Novembermorgen, fl.200,-

45 Gabriël, fl.750,-

46 Pinkersfeest, vermeld in Scheen, fl.800,-

47 Uriël, fl.750,-

48 Michaël, fl.750,-

49 Drieëenheid (eigendom), vermeld in Scheen,

50 Uit de Apocalyptus, fl.750,-

52 Lenteboodschap, fl.700,-

53 Wintermorgen, als winterochtend vermeld in Scheen, fl.400,-

54 Winternacht, als klein werk vermeld in NRC 17-3-1934, fl.300,-

55 Stilleven, vermeld in Scheen, fl.120,-

56 Glas, fl.120.-

57 Koper, fl.120,-

58 Aronskelken, fl.260,-

59 Flesschen, fl. 300,-

60 Regenboog, fl.400,-

61 Michaël en de draak (eigendom)

62 Heuvellandschap ’s morgens, fl.400,-

63 Opkomende maan, fl.200,-

64 Boetvaardige, fl.600,-

66 Witte geit (eigendom), vermeld in Scheen

67 Dierenriem, 67/3, 67/7, geen prijs vermeld, vermeld in Scheen

68 Houtsnede, fl.30,-

69 Houtsnede, fl.40,-

70 Sneeuwdag van wit tot paars, fl.800,-

71 Het groene landschap, fl.600,-

Landschap met sterrenrijke hemel*, vermeld in Catalogus Bijenkorf ca. 1932,  id. als handgeschreven tekst uit 1926 in persmap van RKD en te zien van 12/26-9-1926 in de Rotterdamschen Kunstkring

Een heuvelrijk landschap waar het sneeuwt*, vermeld in Catalogus Bijenkorf ca. 1932, handgeschreven tekst uit 1926 in persmap van RKD en te zien van 12/26-9-1926 in de Rotterdamschen Kunstkring

De Mensch, vermeld en afgebeeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Ahriman, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Lucifer, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Nood, Gebrek, Schuld en Zorg, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Bedelvrouwtje, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Christuskop met doornenkroon, vermeld in NRC 17-3-1934

Madonna*, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Landschap, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Bloemen, aquarel, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Bloemen, houtsnede, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Jong meisje of bruidje*, vermeld in NRC 17-3-1934 te zien geweest bij Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Portret v/d cellist Sam Brill, vóór 2-1937,  o. (olieverf) à f. 300,-  als nr. 238 vermeld in tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum, Amsterdam feb. 1937, “de Onafhankelijken”, vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam, jubileumtentoonstelling 1912-1937, nr. 239, p. 144.

Zelfportret, vóór 2-1937,  omschreven als borstbeeld naar links vol aanziend in schildersjas met bril op, olieverf f. 200,-. Vermeld en afgebeeld als nr. 239 in tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum, Amsterdam feb. 1937, “de Onafhankelijken”, vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam, jubileumtentoonstelling 1912-1937, nr. 239, p. 144.

Kaft van boekje ‘De dans als kunst, auteur Johannes Tielens, 1937, De Torentrans, Zeist

Heuvelachtig landschap, 1940-1948, omgeving Voorthuizen,  olieverf op doek op karton,  13,5 x 22 cm, signatuur rechtsonder J. Tielens, Collectie Instituut Collectie Nederland, Amsterdam,  inv.nr.  E 544 legaat W. van Rede, Rotterdam tot  1953 – , Afbeelding R.K.D  NEG/Ned.II/Schilderkunst/Landschap Kunstwerknummer 31886, Afbeeldingsnummer 0000064699

Pianotonen 18, vóór juni 1949, vermeld Volkskrant 9-6-1949, te zien Schielandhuis juni 1949

Pianotonen 19, vóór juni 1949, vermeld Volkskrant 9-6-1949, te zien Schielandhuis juni 1949

 

Ongedateerd:

Madonna*, ges. J.Tielens, vermeld in Scheen, in collectie van Museum Boymans-van Beuningen Rotterdam sinds?

Sterrennacht*, vermeld in NRC 25-6-1957, in collectie van Museum Boymans-van Beuningen Rotterdam sinds?

Havenindruk , linoleum snede, 54 x 49.5 cm., gesigneerd, verkocht bij Christie’s Amsterdam, 12-6-2001 [Lot 417], ‘Twentieth Century Art including Belgian Art‘ [www.artnet.com].

Een priesteres en een naakt in een landschap, olieverf op doek, 45 x 36.5 cm, geigneerd, verkocht door Christie’s Amsterdam, 21-5-1987 [Lot 195], ‘Fine Modern & Contemp. Art, including 'De Stijl’ [www.artnet.com].

 

Lidmaatschappen[86]:

Theosofische vereniging, i.i.g. in 1904

Arti et Amicitiae vóór 1944

De Rotterdammers, voorzitter 1914

Vereniging “Sint Lucas”, mei 1914 vóór 1944

De Onafhankelijken Amsterdam, 1914-

Bond Kunst en Maatschappij, oprichter samen met Van Kuik, 1915

Vereniging voor Beeldende Kunstenaren, de Anderen, Amsterdam,  opgericht in 1916 door Johan Tielens, bestuurslid of 2e voorzitter, Theo van Doesburg, secretaris, in december 1916[87], E. Wichman en L. Saalborn.[88] Laurens van Kuik wordt later lid.

De Branding Rotterdam (1917-1926) in 1919, voorzitter[89]

La Lumiere, internationale groep houtsneekunstenaars 1921

Société International des Artist Libres, oprichter, samen met Bieling en Ladage

lid. Antroposofische Vereniging i.i.g. vanaf 1924 t/m 1948[90]

Schildersgroep R 33, enige tijd voorzitter van deze in 1933 opgerichte progressieve kunstenaarsvereniging te Rotterdam, i.i.g. lid (1933-1944-1957)

De Kunstenaarssociëteit, Rotterdam

Haagse Kunstkring, lid (-1944-)

Bestuurslid Stichting de Delftse  Poort (-1957)

 

Solo en Deelname tentoonstellingen:

Tentoonstelling van theosofische kunst bij het jaarlijks internationaal congres van de ‘Theosophical Society’, Amsterdam, 1904, georganiseerd door J.L.M. Lauweriks, 40 deelnemers allen  leden van de theosofische vereniging van Nederland en België in de disciplines grafiek, kunstnijverheid, architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst, o.w.: J.L.M. Lauweriks, H.J.M. Walenkamp, F.Zwollo en Johan Tielens  naast vele onbekenden, mogelijk amateurs, met geïllustreerde catalogus

Wereldtentoonstelling Brussel, 1910

Wereldtentoonstelling Barcelona, 1910

Vierjaarlijksche tentoonstelling, Amsterdam, 1910

Wereldtentoonstelling Parijs, 1911

Artis et Amicitia vóór 1944

St-Lucas rond 1914, vóór 1944

Tentoonstelling bij De Rotterdammers, ca. 1914

Tweede t/m negende tentoonstelling van de Onafhankelijken Amstelveenscheweg 165, Amsterdam 1913-1917:

2 nov-dec. 1913, vijf werken, 456-460

3 juni-juli 1914, vijf werken, 548-552, w.o. de Nimf (nr. 548) in cat. geen afb. veel nederlandse en buitenlandse deelnemers

4december 1914, 1 werk, 450, vanwege WO I, geen internationale allure

5 vanaf 4/5 juni 1915, 5 grote werken, 484-488, w.o. Prometheus-drieluik

6 november 1915, 4 werken, 465-469, nml.: Nocturne (opkomende maan), Nocturne (avond in de stad), Carillon, (Derde), portret van Laurens van Kuik (nr 468) en Violiste

7 mei-juni 1916, 4 werken, 573-576, ‘voorjaar’, ‘zomer’, ’najaar’, ‘winter’; weer niet leden toegelaten

8 december 1916, 2 werken, 512-513

9 mei-juni 1917, twee werken, 518-519, geen buitenlanders

Stedelijk Museum Amsterdam, tentoonstelling van de Vereniging “Sint Lucas” voorjaar 1914

Huis der Zielekunst, Den Haag, met een schilderij ‘De Jaargetijden’, ca, 1916-1919

Tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Johannes Tielens, Kunsthandel J.J. Biesing Den Haag, (09-04-)1916[91]

Tentoonstelling van werken van Johannes Tielens, Kunstzaal Glashaven 20 Rotterdam, mei t/m 10 juni 1916, vijftig werken, catalogus met artikel door Johannes Tielens over ‘de intuïtie in de kunst’, abstractere werken

Keuze-Tentoonstelling van werken van moderne meesters, Kunstzaal Glashaven 20 Rotterdam juni tot 2 juli 1916

Dirk Nijland, J.H. Weijns, Joh. Tielens, Rassenfosse enz., in Huize van Hasselt,  mei 1916, met ‘een winter’, besproken in onbekende krant (NRC?)[92]

Bern, Vredesconferentie, 1918

Johannes Tielens, Glashaven 20, december 1918, veertigtal schilderijen

Johan Tielens en Agnes Canta, Den Rotterdamschen Kunstkring 12 t/m 26 september 1926

Museum Lambert van Meerten, Delft, 1927, werken van 1915 t/m 1927

Johan Tielens in de Bijenkorf, Rotterdam, ca. 1932

Tentoonstelling bij R33

Kunstzaal ’t Center Den Haag, maart 1934

Onze kunst van heden, Rijksmuseum, Amsterdam, 1939

Onze kunst van heden, Palais des Beaux Arts, Brussel, 1940

Solo-tentoonstellingen in Amsterdam vóór 1944

Eretentoonstelling Johan Tielens, Schielandhuis, Rotterdam, juni 1949

‘In het diepst van mijn gedachten, Symbolisme in Nederland 1890-1935’, Drents Museum, 25-5 t/m 22-8-2004 met gelijkluidende boektitel van Marty Bax, uitgegeven door Waanders, onbekend welk werk werd geëxposeerd..

‘Henk Chabot en tijdgenoten’ in het Het Chabot Museum t/m 19-3-2006, met de houtsnede ‘Grote markt in Rotterdam’. Overzicht van vroeg werk van kunstenaars uit de zogenaamde ‘harde kern’ van de collectie Schortemeijer, geschonken aan het museum. Genoemd werk is in bezit van het museum.

 

Vermeld in publicaties:

Les Tendences Nouvelles fran…, Parijs, Henri Breuil, vóór mei 1914

Holland Express: tijdschrift voor kunst, kultuur en verkeer: officieel orgaan van het Centraal Bureau voor Vreemdelingenverkeer, C.Geleijns, 7e jrg. 1914, nr 22, 27-5-1914, p.437-439, Schilderkunst, 1) Stedelijk Museum Amsterdam, 2) De Onafhankelijken 3e tent., Bernard Canter

De Kunst VIII, 1915/1916, nr. 435 of 436, p. 405-407, met ill., N.H.Wolf [onbekende locatie]

Holland Express 8e jrg. 1915, nr. 22, 2-6-1915, p. 262-263, Schilderkunst II, De Onafhankelijken 5e tent. Bernard Canter

Holland Express 8e jrg. nr 22, 16-6-1915, p.278-279, Schilderkunst III. De Onafhankelijken 5e tent., Bernard Canter

Holland Express 8e jrg. 1915, nr.31, (1)4-8-1915, p.371, Schilderkunst, Atelier J.Tielens, Bernard Canter

Holland Expres 8e jrg. 1915, nr. 45, 10-11-1915, p.538-539, Schilderkunst II, Bernard Canter

Holland Express 9e jrg. 1916, nr 20, 10-5-1916, p.218-219, nr 21, 17-5-1916, p.238-239, nr 22, 31-5-1916, p.262-263, Schilderkunst, Bernard Canter

(NRC) mei 1916, Huize van Hasselt, Dirk Nijland, J.H. Weijns, Joh. Tielens, Rassenfosse enz, door  Joh. de Meester of Mw. Augusta de Meester-Obreen (A.O.)

Holland Express 9e jrg 1916, nr. 24, 14-6-1916, p. 278-279, Schilderkunst Kunstzaal Glashaven, Bernard Canter

Holland Express 9e jrg 1916, nr. 24, 14-6-1916, p. 279-280, De Schilderkunst De onafhankelijken 7e juryvrije tentoonstelling, Bernard Canter

Eenheid, weekblad voor maatschappelijke en geestelijke stromingen nr 318, 8 juli 1916, De onafhankelijken. Naar aanleiding der 7e Jury vrije tentoonstelling te Amsterdam, Theo van Doesburg; Ook opgenomen in Cahiers van het Noorden IX, als Bijlage 4, p.75-78

Holland Express 9e jrg. nr. 51, 20-12-1916,  p. 604, De Onafhankelijken (8e juryvrije tentoonstelling), Bernard Canter; heel kort, alleen vermeld

De Kunst X, 1917/1918, p. 187-188, met ill., over kunstzaal van Hasselt, N.H.Wolf [onbekende locatie]

Elseviers geïllustreerd Maandschrift jaargang XXVII jan-jun 1917, LIII-1, p. 322-324, met ill., Johan Tielens, mw. Augusta de Meester-Obreen

Holland Express 10e jrg. Nr. 20, 16-5-1917, p.238-239, Schilderkunst, De Onafhankelijken 9e juryvrije tentoonstelling,  alleen vernelding, Bernard Canter

NRC, Kunstzaal Glashaven Joh. Tielens, 17-3-1918, Joh. de Meester of Mw. Augusta de Meester-Obreen (A.O.)

Eigen Haard 1921 (47), Johannes Tielens’ Christus–schilderijen, Johan Huijts, p. 3-4

Maandblad voor beeldende kunsten (3) Vol. 3, 1926,  p. 318 [Kunstgesch V76]

Tentoonstellingscatalogus Bijenkorf 1932

Tielens bij ’t Center, De Groene Amsterdammer, 17-3-1934, Plasschaert (volgens handschrift onder artikel, RKD) en/of (Willem) Steenhof (h), onder-directeur van het Rijksmuseum (eigen opgave formulier Mak van Waay, 1944, RKD)

Kunstzaal ‘Center Joh. Tielens, N.R.C. 17-3-1934, door Joh. de Meester of Mw. Augusta de Meester-Obreen (A.O.)

Tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum te Amsterdam feb. 1937, “de Onafhankelijken”, vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam, jubileumtentoonstelling 1912-1937, nr. 239, p. 144.

De  Mosgroene, Just Havelaar, vóór 1944 (opgave van Tielens voor Mak van Waay, persmap RKD)

Het Algemeen Handelsblad, Ari van Veen en Maria Viola, vóór 1944 (opgave van Tielens voor Mak van Waay, persmap RKD)

De telegraaf, de heer Veth, vóór 1944 (id.)

Rotterdamsch Nieuwsblad, S.C. Tinbergen, vóór 1944 (id.)

Bekende Rotterdammers, vóór 1944 (id.)

Haage bladen met onbekende titel, vóór 1944 (id.)

Lexicon van Nederlandse Schilders en Beeldhouwers 1870-1940, Amsterdam 1944, S.J.Mak van Waay, p. 117 [S.Kun 15 4609]

Volkskrant, 80-jarige Tielens, 9-6-1949

Rertorium van de geschiedenis der Nederlandsche Schilder- en graveerkunst, ’s-Gravenhage, 1936 bis 1949, Band I [S.Kun 15-4600-4602]

Biografisch Woordenboek van Noord Nederlandsche graveurs, Den Haag, 1938, F.G. Waller

P.Scheen, 1950

Johan Tielens †, NRC 25-6-1957

Künstlerlexikon des zwanzigsten Jahrhunderts, vierte band Qu-U, Leipzig, Hans Vollmer, 1958, ‘Johannes Tielens’ [S.Kun 07 2602]

Portretten van Nederlandse Beeldende kunstenaars, repertorium, Amsterdam 1963, Swets & Zeitlinger, Hermine van Hall

Museumjournaal, 1972, Het Nieuwe Wereldbeeld [Leiden]

Museumjournaal 17:5, 1972, p. 254-261, De Branding, Ida Boelema [Prentk 5807]

Kunstenaren der Idee, Carel Blotkamp en Werkgroep, Haags Gemeentemuseum, 1978, met register, afb. 38, cat. 12, 122, p. 31, 63, 64, 66, 70, 71, 77, 119, 153, 178

Jong Holland I (1985), 3, p.43

Jong Holland VI (1990), 3, p.8

Jong Holland VII (1991), 4, 53, 55

De Branding 1917-1926, Els Brinkman & Jan van Adrichem, Stichting Kunstpublicaties, Rotterdam 1991 [Kunstg 171-N-xx=1991-Bri]

Jong Holland VIII (1992), 2, p.37

Dutch Art an encyclopedia, ed. Sheila D.Muller, Garland Reference Library of the Humanities Vol. 1021, Advisory Board, Walter S.Gibson, Rudolf Dekker, Nancy J.Troy, Carel Blotkamp, New York, London, 1997, hoofdstuk De Branding (1917-1926),  p. 89

De Onafhankelijken, doctoraalscriptie 1998 bij prof. C.J.M. Zijlmans, Anja Novak [F1464, ter inzage]

Symbolisme in Nederland (1890-1935), in het diepst van mijn gedachten, 2004 , Carel Blotkamp e.a., p. 8.22

Cahiers uit het noorden VIII, Uitgaande brieven van de Vereeniging van Beeldende Kunstenaars ’de Onafhankelijken’, Haren (Gn), A.H. Huussen jr., register, 1: 232, 2: 149,223,263,371, 402, 3: 64, 639,843, 845. [1098 A 904]

Cahiers uit het noorden IX, De Vereeniging van Beeldende Kunstenaars ‘de Onafhankelijken’, Haren (Gn), A.H.Huussen jr., 2006, register, p.34, 54, 55, 66, 77 [1098 A 905]

 

Eigen Publicaties Johan Tielens:

‘Over het Portret’, Holland Express 8e jrg. 21-7-1915, nr 29, p.339-340

‘Kleuren’, Holland Express 8e jrg. 24-11-1915, nr 47, p. 554-555, nr 48, p. 1-12-1915, p. 574

‘De 4e Dimensie in verband met wonderen en kunst’, Holland Express 9e jrg. 1916, p. 23, 36, 47-48, 52, 72, 84, 94-95, 120, 132, 144, 156, 168, 179

‘Intuïtie in de kunst’ in Catalogus Kunstzaal Glashaven 20, mei 1916, tevens afgedrukt in Holland Express 9e jrg. 1916, nr 20 10-5-1915, p.218-219, in rubriek Schilderkunst, Bernard Canter

Artikels in De Kunst. 1916-1917, volgens Kunsetnaars der Idee, Blotkamp, p. 193

 

Overige Literatuur

Van Gogh tot Cobra, Nederlandse Schilderkunst 1880-1950, Hoofdstuk: de jaren 1915-1918: Het ontstaan van de Branding en de Stijl, p. 135-178, Geurt Imanse, Utrecht 1980

Berlijn Amsterdam Wisselwekingen, hoofdstuk Van sturm tot Branding, p. 251-264, Amsterdam Querido 1982, Geurt Imanse

 

Tot slot

Op 13 november en 18 december 2001 is een 25-tal straten genoemd naar leden van de kunstenaarsstromingen "de Branding", "Links Richten", en "de Stijl". Johannes Tielensstraat, naar  schilder Johannes Tielens, 1869-1957.[93] Kleindochter Monique Tielens heeft een Internet-site gemaakt over haar grootvader, m.b.v. haar zus Anja, dochters van Jan Tielens. Zij weten niet meer dan ze in de site noemen.[94]  Ik hoop hiermee het een en ander te hebben aangevuld.

 

Literatuur Kunstenaren der Idee

 

A. [Alle hieronder afgebeelde tekst is een letterlijke overname ven een site of literatuur, ter info]

Blotkamp   Hoofdstuk over Literatuur.   Fragment

…Van Doesburg komen we daarna als literator, beeldend kunstenaar en criticus tegen in Het Getij (1916-1922), De Stijl (1917-1932) en ook, zij het slechts als schrijver van boze ingezonden brieven, in Holland Express (1908-1922), dat de spreekbuis was van een groep Rotterdamse schrijvers en schilders, Bernard Canter, Bernard Toon Gits, Laurens van Kuik en Johan Tielens.[95]

http://www.dbnl.org/tekst/blot001beel01_01/blot001beel01_01_0001.htm

B.

In het diepst van mijn gedachten: Symbolisme in Nederland 1890-1935

Grote overzichtstentoonstelling van het symbolisme in Nederland; een kortstondige, maar zeer boeiende periode uit het vorige fin de siècle. Symbolistische kunstenaars stelden niet langer het vastleggen van de werkelijkheid in hun werk centraal, maar trachtten met behulp van symbolen uitdrukking te geven aan denkbeelden en emoties die een diepere betekenis hebben. Een romantische hang naar de middeleeuwen, bewondering voor exotische en oude culturen, verlangen naar een nieuwe socialistische maatschappij, behoefte aan geloofsverdieping en belangstelling voor het fantastische en het bovennatuurlijke zijn de belangrijkste ingrediënten van het symbolisme. Hoewel het symbolisme omstreeks 1905 over zijn hoogtepunt was is de invloed van deze stroming merkbaar tot ver in de twintigste eeuw.

Expositieperiode van 25 mei t/m 22 augustus 2004  Drents Museum

Exposerende kunstenaars:

Willem Arondeus, K.P.C. de Bazel, Jacob Bendien, Antoon Derkinderen, Theo van Doesburg, Jacoba van Heemskerck, Hendricus Jansen, Willem van Konijnenburg, J.L.M. Lauweriks, Chris Lebeau, Joseph Mendes da Costa, Antoon Molkenboer, Piet Mondriaan, Karel de Nerée tot Babberich, Theo Nieuwenhuis, Richard Roland Holst, Johan Thorn Prikker, Johan Tielens, Jan Toorop, Herman Walenkamp, Antoon van Welie, Hendrik Wijdeveld, (Janus de Winter), Janus van Zeegen.

Boek:

In het diepst van mijn gedachten: Symbolisme in Nederland 1890-1935, Carel Blotkamp, Lieske Tibbe en Marjan Groot. Rijk geïllustreerd. Waanders Uitgevers, Zwolle 2004, 112 pp., 30 x 24 cm. ISBN 90-400-8959-0m, 19,95.

Drents Museum

Brink 1, 9401 HS Assen, 0592-377773, open: di t/m zo 11.00-17.00, gesloten op 25 dec en 1 jan, entree 6,00

C.
Dutch Art 1997 Symbolism

D.

Vocubalaire des Arts 2004

 

Genealogie Tielens

 

I-1

Henricus Josephus Tielens[96] () H.J. Tielens (10-1797) *1736-1737 doctor (1797) {mog. z.v. Jean Baptiste Tielens & Isabella van Os, b.w. Antwerpen}

X

Anna Catharina de Bie *Gastel 1757-1758 w. Goes B216 (1778-1811-) rentiere 53j. (1811) hypothecair schuldenaar te Goes[97] (1816) [Inv. 21 Vaknr. 3638]

K*Goes:

Johannes Baptist                     1787-1788 II-1

Franciscus Petrus                   1794-1795, garçon de comptoire Goes (1811) II-2

10-1797                                 w. Goes B 170, Wijngaardstraat, H.J. Tielens, gehuwd, 60j. doctor [Arch.

                                                Gew. Besturen inv.nr 256]

1811                                       w. B216

 

II-1

Johannes Baptist (1811) Joannes Baptiste Thomas (1813) Jan Babtist Tielens (1823) 27 *Goes (*Rotterdam verm. in 1811) 1786-1787 1787-1788, wijnhandelaar/ marchand de vin (1811) wijnkoper (1823) Henricus Josephus Tielens Anna Catharina de Bie

X Rotterdam 13-10-1813 [a224] 

Catharina Elizabeth van der Loo  20 *Rotterdam Christiaan van der Loo Isabella de Beijer

K*Goes:

7-1811                                   Inwoner Goes B 216 marchand de vin 23 jaar *Goes 1788, w. Goes  sinds 7-1811, afkomstig van Rotterdam

Henricus Christiaan               1814-1815 III-1

Anna Catharina,

Francisca                                 12-1822 †Goes 13-3-1823 [49] 3 mnd geboorte niet vermeld, vader Jan Babtist Tielens 34 jaar wijnkooper

 

II-2

Franciscus Petrus Tielens 21 *Goes 1793-1794-1795 garcon de comptoire (1811) ambtenaar bij de accijnsen (1821) Henricus Josephus Tielens Anna Catharina de Bie 

X Goes 12-6-1816 [Zeeuws Archief  25.35 14]

Juliana Maria Stallmann 18 *Elberfeld Johann Gottfried Wilhelm Stallmann Anna Henrietta Catharina Rutterswouden 

Div.:

1811                                       Franciscus Petrus Tielens, w. Goes B 216 garcon de comptoire, 17 jaar, *Goes 1794.

Hendricus Wilhelmus

Franciscus                               5-1817, †Vlissingen 8-11-1821  [155], 4j. 6m. z.v. Franciscus Petrus Tielens, 27j., ambtenaar bij de accijnsen en Juliana Maria Stallmann

 

III-1

Henricus Christiaan Tielens *ca. 1805-1818

X 1e wrsch.

Johanna Margarethe Louwaart

K*d.Rotterdam:

Catharina Elisabeth                1836-1837 †Nijmegen 1-10/4-12-1838 1 jr. [Gld Arch 0207 inv 1274 a. 537]

 

III-1

Henricus Christiaan Tielens 35 *Goes 1814-1815 †NG Rtd. Johannes Babtist Tielens Catharina Elisabeth van der Loo

X (2e) Rotterdam 10-7-1850 [b193v/517]

Geertruij Top (1850,1851,1856) Fop (1853,1858) 32 *Rotterdam Jacobus Dirk Top (*ca. 1788) Catharina Dieterich 

K*Vlissingen:

Johannes Baptista Thomas     1845-1846, mogelijk gewettigd IV-1

K*Rotterdam:

Henricus Jacobus Dirk           5-3-1851 [687 / a175]  IV-2

Henricus Christiaan               16-2-1853 [548 / a140v] IV-3

Catharina Elizabeth                13-2-1856 [495 / a126]

Christiaan Henricus Petrus   3-4-1858 [1221 / b105v] IV-4

 

IV-1

Johannes Baptista Thomas Tielens 20 jr. *Vlissingen 1845-1846 Henricus Christiaan Tielens (*ca. 1815) Geertruida Tap

X Rotterdam 21-3-1866 [173]

Cornelia Anthonetta Beukenkamp 22 jr. *Hillegersberg 13-9-1843 [57] Johannes Beukenkamp Neeltje Anthonetta Jordens

K*Rotterdam:

Geertruida                              14-5-1867 [1708]

Johannes                                 29-5-1869 [1880] V-1

Henricus Christiaan               12-1-1871 [176] V-2

Neeltje Anthonetta                 11-8-1872 [3292] 

Johanna Cornelia Hendrika   23-5-1874 [2078]

Hendrika Cornelia                 23-3-1876 [1321]

Henrietta Christina                19-3-1877 [1278]

Cornelia Anthonetta               19-3-1877 [1279]

Catharina Elizabeth                11-5-1883 [2378]

 

V-1

Johannes Tielens  22 *Rotterdam leraar schilder tekenaar Johannes Baptista Thomas Tielens Cornelia Anthonetta Beukenkamp

X 1e Rotterdam 13-4-1892 [362]  # Rotterdam 28-3-1912 [s36v]

Hilletje Doesburg 20 *Rotterdam 6-3-1871 Mattheus Petrus Doesburg en Johanna Elizabeth van Langeveld

K*Rotterdam:

Cornelia Anthonetta (Cor)     4-6-1893 [akte nr. 3314]

Mattheus Petrus (Theo)          c.1895 VI-1

Johanna Elizabeth (Ans)         1900-1901

 

V-1

Johannes Tielens  42 *Rotterdam †Rotterdam 21-6-1957 leraar schilder tekenaar  Johannes Baptista Thomas Tielens Cornelia Anthonetta Beukenkamp

X 2e Rotterdam 9-5-1912

Maria Dora Krol 30 *Rotterdam 11-3-1881 Cornelis Gijsbertus Krol Jacoba Johanna Koens

K*Rotterdam:

Johannes Baptistus Thomas    20-3-1912 Jan VI-2

1914                                       Goudschestraat 60a

1890-1957                             Joh. Tielens heeft gecorrespondeerd met leden van de familie Bremmer[98]

1924                                       i.i.g. Lid Antroposofische Vereniging[99]

14-5-1940                             bombardement van het huis Goudschestraat 60a

16-12-1940                           Lange Zuiderweg 16 Barneveld

11-7-1941                             Stroeërweg 12 Barneveld

22-8-1941                             PB 009461

24-11-1941                           Harremaatweg 12

2-3-1948                               Lisstraat 57a[100]

 

 Maria Dora Krol 29-5-1937

 

Cornelia Anthonetta Tielens *Rotterdam 22 jr.  Johannes Tielens Hilletje Doesburg

X Rotterdam 2-3-1916 met de handschoen [c44]

Hendrik Gerrit Veen *Menado (Nederlandsch Oost Indië), 22 jr. Hendrik Veen Geertruida Catharina Gorter.

 

Johanna Elizabeth Tielens *Rotterdam, 23 jr.  Johannes Tielens Hilletje Doesburg

X Rotterdam op 2-8-1923 [nr j89]

Simon Cornelis Tinbergen *Rotterdam, 44 jr. kunstrecensent Rotterdamsch Nieuwsblad (X 1e # Rotterdam 7-7-1923 Susanna Jacomina de Jong) Nicolaas Tinbergen Alida Koot

 

VI-1

Mattheus Petrus Theo Tielens[101]

X

Clara Zeschke

K*:

Emmy                                   23-4-1917 †2-2006, geen kinderen

Theo Asmund                      26-1-1919 VII-1

 

VI-2

Johannes Baptistus Thomas (Jan) 33 *Rotterdam †’s-Gravenhage 14-11-1997 lid Antroposofische Vereniging[102]  (1968) Johannes Tielens Maria Dora Krol

X Barneveld 7-5-1942

Louise Elisabeth van den Akker *Laren 23-9-1917

K*Barneveld:

Johanna Maria                        8-2-1943

Willy Elisabeth                       26-6-1944

K*’s-Gravenhage:

25-10-1945                           ’s-Gravenhage

Anja                                         6-2-1947

Monique                                 5-4-1951, w. Leeuwarden (-2008)

1968                                       Stephensonstraat 3, Den Haag

 

Willy Elisabeth Tielens[103] *Barneveld w. Randstad (-1998) Zeeland (1998-)

X c. 1970

Jan Huigsloot

K*HUIGSLOOT:

Heleen                                    c.1970

Susan                                       c.1975

 

VII-1

Theo Asmund Tielens  †België 23-10-2003, werkzaam bij Philips (c.1960) w. Eindhoven (c.1960) w. Hamburg (c.1970-)

X

Willemien Teepe  *2-9-1921 enig kind van haar ouders

K*:

Lydia                                    6-2-1947, w. omgeving Hamburg (2008)

Theo Ary Asmund               4-3-1953 VIII-1

Marion Emmy                     12-7-1954, w. omgeving Hamburg (2008)

 

VIII-1

Theo Ary Asmund Tielens, w. Vught (2008)

X 1983-1984

Edith N.N. *ca. 1965

K*:

Tim                                          1988-1989

Lois                                          1990-1991

Loek                                        2006

 

Diederik Mooij 

 



[1] RKD persmap, aan Mak van Waay, ca. 1942-1944

[2] http://www.tielens.info/HTML/levenentijd.htm; adres op formulier voor Mak van Waay, 1944; in het Lexicon van van Waay staat abusievelijk uiteindelijk dat hij in 1944 in Rotterdam woont.

[3] De officiële landelijk bevolkingsadministratie tot 1993

[4] BS Rotterdam, G.A. Rotterdam, PK CBG, aanvullingen op http://www.tielens.info

[5] Tendences Nouvelles in HE 1914, p. 437; Waller

[6] Maar ook de NRC van 25-6-1957; overigens in 1934 werd hij 65 en toen was er nog geen A.O.W., of had hij veel geld van zichzelf? Hij is geen familie van de rijke Limburgse Papierindustrie tak

[7] , opgave van ….

[8] Kunstenaren der Idee, biografie p. 193; wat betreft eerste nog checken bij zelfde bron Ac.; De NRC schrijft abusievelijk dat hij schilderles kreeg van Ezerman, terwijl hij zelf opgeeft alleen tekenles van hem gehad te hebben.

[9]  Wat betreft Roalnd Holst, Figuren en problemen der Monumentale Schilderkunst in Nederland, W. Arondeus, Wereldbibliotheek Amsterdam 1941,p. 66-67

[10] Inschrijfformulier Mak van Waay, ca. 1940-, RKD Den Haag

[11] Blotkamp Symbolisme in Nederland p.22

[12] Goetheanum; mogelijk is lidmaatschap van Theosofische Vereniging automatisch in dat van de AV omgezet met de oprichting van de AV in 1924 in Nederland, bijvoorbeeld als de AV een afsplitsing is van de Theosofische Vereniging (DM)

[13] Van der Lelie AV 7-2006 & Goetheanum 8-2006

[14] P.Scheen; http://www.tielens.info/HTML/levenentijd.htm

[15] Dutch Art 1997, daar vermeld bibliografie o.s. Museum journaal; Leden van De Branding waren Piet Begeer, George Rober, Bernard Toon Gits, Ger Ladage, Herman Bieling, Laurens van Kuik, Marius Richters, Wim Schuhmacher, Willem Smit, Geert Adegeest, Bernard Canter, Jan Sirks en Johannes Tielens aldus: http://www.tielens.info/HTML/lidvan.htm

[16] Symbolisme in Nederland, p.20

[17] Holland Expres 8e jrg. 10-11-1915, p. 537-538 met afbeelding

[18] Boekje Taschen Verlag, over Gaughin.

[19] Zie zijn  tekst in de catalogus van de jubileumtentoonstelling in 1937.

[20] Cahiers IX, p. 28

[21] Cahiers VIII, deel 2, nr. 263,  p.167

[22] Cahiers IX, p. 15-19

[23] Cahiers IX, p.14, wordt abusievelijk, ‘de overblijvende negen tentoonstellingen’ genoemd i.p.v. zeven.; zie deelnemerslijst in Bijlage 1. p. 57-68. Als de eerste twee tentoonstellingen worden meegerekent, dan hebben totaal zo’n 460 kunstenaars deel genomen met ruim 5530 werken van schilderijen tot beeldhouwwerken en andere technieken., id. Cahiers IX, p. 14.

[24] Cahiers VIII, deel 2, nr 363, deel 3, nr 63,

[25]  Andere jaargangen van Holland Express zijn nog niet bestudeerd. Er is geen index over alle jaargangen of wel check

[26] Holland Expres 1914, p. 439, waarbij van de laatste drie werken niet blijkt of deze ook te zien waren

[27] Eind 1915 publiceert Tielens een artikel over kleuren in Holland Express, wat hij al op 17 juli 1915 had geschreven, waarin hij zich probeert te verduidelijken; Holland Express 8e jrg. nr 47, 24-11-1915, p. 554-555, nr 48, 1-12-1915, p. 574

[28] Holland Express 9e jrg. 1916, p. 23, 36, 47-48, 52, 72, 84, 94-95, 120, 132, 144, 156, 168, 179

[29] Blotkamp, 1978, p.30; Blotkamp 2004, p.22

[30] 2004, Blotkamp p. 22

[31] Idee 64

[32] Idee 59

[33]  Idee 29

[34]  Idee p. 31

[35] Holland Express 1915, p. 261-262

[36] Holland Express 8e jrg. 21-7-1915, nr 29, p.339-340; De film, stond in zijn kinderschoenen, de televisie, de computer en popconcerten bestonden nog niet. Dat zou pas massahypnose worden!

[37] Holland Express 8e jrg. p. 371, id. p. 538

[38] Holland Express, 8e jrg. nr 46 jaar 1915, p.

[39] Holland Express 8e jrg. p.538; Een dergelijke verwerking kan worden aangeduid als romantisch, zie ‘Kunstenaren der Idee

[40] Kunstenaren der Idee, p.64

[41] Holland Express 9e jrg. 1916, nr 20, 10-5-1916, p.218-219, Schilderkunst, Bernard Canter

[42] Holland express 8 19151-12-1915 p.574

[43] Holland Express 9e jrg. nr 21, 17-5-1916, p.238-239

[44] Holland Express 1915, p. 340

[45] Holland Express 1916 nr. 22, 31-5-1916, p.263

[46] Huize van Hasselt, (mei 1916, opgave Tielens), persmap RKD, tekst van Joh. de Meester of Mw. Augusta de Meester-Obreen (A.O.)

[47] In het tijdschrift de Eenheid, weekblad voor maatschappelijk en geestelijke stromingen nr 318, 8 juli 1916, afgedrukt in Cahiers IX, p.77, van 75-78

[48] Cahiers IX p. 77

[49] Holland Express 10e jrg. 1917, nr 20, 16-5-1917, p.238, Schilderkunst Bernard Canter

[50] Vincent was dus toen al bekend bij het publiek, zeker ook bij Tielens; Dutch Art 1997, ‘Symbolism’

[51] aldus een advertentie in Holland Express 9e jrg 1916, p.132;

[52] Eigen opgave voor Mak van Waay; zie verder: Holland Express 9e jrg. nr. 20, 10-5-1916, p. 219; id. 10e jrg. 1917 nr. 20, 16-5-1917, p. 238-239

[53] Dutch Art 1997, Branding

[54] http://www.mmp-obec.nl/kunst/fwelkenhuysen/getObject.aspx?receiverid=4901; http://www.tielens.info/HTML/welkom.htm

[55] Johan Tielens, Elseviers geïllustreerd Maandschrift jaargang XXVII jan-jun 1917, LIII-1, p. 322-325, Augusta Obreen

[56] Zie opgave

[57] Idee 29

[58] NRC 17 XII 1918, Kunstzaal Glashaven Joh. Tielens, collectie RKD Den Haag, , Joh. de Meester of Mw. Augusta de Meester-Obreen (A.O.)

[59] Harrison & Baron-Cohen, 1994, p. 343 in Crétien van Campen, De verwarring der zintuigen

Artistieke en psychologische experimenten met synesthesie [Published in Psychologie & Maatschappij 74, 1996, vol. 20, nr. 1, 10-26.]

[60] (Marks, 1978; Cytowic, 1993; 1995).  In id

[61] P. 67 der Idee

[62] Van uitert de idée p.67 zie daar

[63]  (cf. Van Uitert, 1978; Gerards & van Uitert, 1994, p. 28-33). In Chretien van Campen

[64] (zie ook Van Uitert, 1978; Von Maur, 1985), in van Campen

[65] A. Kerssmaker, Verzamelde brieven Vincent van Gogh, deel 3, geciteerd in Van Uitert, 1978)

[66] (Van Uitert, 1978).

[67] in Idee p. 11 en 69

[68] Zie brieven boek deel IV Slegte

[69] Na.v. Holland Express 1915 p. 263;  in van Campen

[70] Keuze-Tentoonstelling van werken van moderne meesters, Kunstzaal Glashaven 20 Rotterdam juni tot 2 juli 1916 besproken in  Holland Express 9e jrg 1916, nr. 24, 14-6-1916, p. 278-279, Schilderkunst Kunstzaal Glashaven, Bernard Canter

[71] Het museum is in het bezit van dit werk en heeft een afbeelding beschikbaar, aldus Jisca Bijlsma Conservator Chabot Museum; Zie: http://www.galeries.nl/mnkunstenaar.asp?artistnr=20583&vane=1&em=&sessionti=648142470; www.chabotmuseum.nl

[72] http://www.mmp-obec.nl/kunst/fwelkenhuysen/getObject.aspx?receiverid=4901

[73] Links de Kerkstraat met de woning van W. van den Hoonaard, rechts de woning van de tuinder Jansen, vanuit het noorden gezien.  Tielens, J. / tekenaar ;  01/01/1918 t/m 31/12/1922 cat. XXXI 211.04

Reproductie: CD 85-25;  (meer blokken via phs)

[74] cat. XXXI 176.01.03, Repro. CD 85-2; GAR

[75] zoals in de biografie van Kunstenaren der Idee wordt gedaan

[76] Aldus site.

[77] Tielens was antroposoof, maar i.i.g. na de oorlog geen lid van de Antroposofie Vereniging. Deze was opgericht door Rudolf Steiner. Mail Zwitserland; Marty Bax 22

[78] http://www.mmp-obec.nl/kunst/fwelkenhuysen/getObject.aspx?receiverid=4901

[79] Dit moet wel rond 1931 zijn geweest, want de Christengemeenschap is pas in 1929 opgericht en zijn zoon Henk is in 1930 nog gedoopt; blijkens info van Goetheanum werd Dirk in 1931 lid van de Goethe-groep

[80] http://www.mmp-obec.nl/kunst/fwelkenhuysen/getObject.aspx?receiverid=4901

[81] NRC, 17-3-1934, door Joh. de Meerter of Mw. Augusta de Meester-Obreen (A.O.)

[82] Eigen opgave, formulier Mak van Waay, ca, 1944 en site

[83] Inschrijfformulier Mak van Waay, vóór 1944

[84] Olieverf op doek op karton, olieverf, 13,5 x 22 cm, signatuur rechtsonder J. Tielens uit de Collectie Instituut Collectie Nederland, Amsterdam,  inv.nr.  E 544 legaat W. van Rede, Rotterdam tot  1953 – , Afbeelding R.K.D  NEG/Ned.II/Schilderkunst/Landschap Kunstwerknummer 31886, Afbeeldingsnummer 0000064699

[85] * betekent: mogelijk identiek met eerdere elders in lijst genoemde

[86] o.a.: http://www.tielens.info/HTML/lidvan.htm

[87] Cahiers van het Noorden IX p. 41

[88] Kunstenaren der idee p.178

[89] Voorzitter Aldus http://www.mmp-obec.nl/kunst/fwelkenhuysen/getObject.aspx?receiverid=4901

[90] Mail Goetheanum augustus 2006

[91] Kunstenaren der Idee p. 193; Aldus uitnodiging tot de tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Johannes Tielens (Rotterdam) Plaats van uitgave Den Haag Uitgever Kunsthandel J.J. Biesing, Jaar van uitgave [s.a.] Collatie [5] p. ; 15 cm  Annotatie Schenking Plasscheart. - In zv-map Materiaal Brochure [MS] Taal Nederlands [TA] Bibliografische vorm Tentoonstellingscatalogus [BV] Tentoonstelling Tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Johannes Tielens  -  Den Haag  :  Kunsthandel J.J. Biesing, 09-04, Kunstenaar Tielens, Johan, Plaatscode  Studiezaal 1 19E/NED/MON/ /TIELE J/TENT/00000904 Open opstelling Negentiende eeuw; Trefwoorden 19e eeuw, Nederlands [TW], Schilderkunst, Tekenkunst, Muziek; RKD

[92] Knipsel uit persmap RKD vermeld geen jaartal; 1916 volgens eigen opgave op formulier Mak van Waay en vermeld in Elsevier 1917; maar volgens Vollmer en Kunstenaren der Idee p. 193, in 1918, De Kunst nr X, 1917/1918, p. 187-188 zou aandacht besteden aan Huize van Hasselt volgens van H.van Hall Rep. p.627

[93] GAR

[94] Aldus Monique Tielens" <monique@tielens.info aan: diederikmooij@yahoo.com op Sat, 5 Aug 2006 17:05:07 +0200 (West-Europa (standaardtijd), Subject:Re: leerlingen Johannes Tielens

[95] I. Boelema, ‘De Branding’, Museumjournaal 17 (1972) 254-262; http://www.dbnl.org/tekst/blot001beel01_01/blot001beel01_01_0001.htm#008

[96] g.g. H*r* T*i*lens 1700-1800 te Rtd.

[97] Opm.: Het vaknummer verwijst naar de registers van overschrijving (akten van overgang van eigendom van onroerende goederen) en/of de registers van inschrijving (hypotheekakten op onroerende goederen). Bezoek archief. Bron: Hypotheekbewaarder te Goes 1811-1838, Inv. Nr. 12-67 [toegev.: 13 juni 2002], verwijz. naar eigendomsoverdrachten en hypotheken 1811-1838

[98] GADenHaag Toegangsnummer: 0836-01, Archieftitel: Familie Bremmer,  Correspondentie, kenmerk:  Tielens, Joh. 1869-1957

[99] Goetheanum

[100] Adres ook bekend bij Goetheanum

[101] Volgens opgave Theo Ary Asmund Tielens

[102] Volgens opgaaf Antroposofische Vereniging, van der Lelij, een Tielens lid, mogelijk hij; Id. Goetheanum 1968

[103] Volgens opgave Wil Huigsloot in mail aan Asmund